Hommage aan Herman Galynin

Olga Solovieva Vrijdagavond krijgt de Rode Pomp twee topartiesten uit Moskou op visite. Pianiste Olga Solovieva en violiste Marina Dichenko brengen een hommage aan de hier vrij onbekende Russisch componist Herman Galynin (1922-1966). Op het programma staat een héél vroeg pianowerk, ‘Four preludes’uit 1939 en ‘Suite for Piano uit 1945, gecomponeerd toen hij nog op het conservatorium zat, en twee werken, ‘Aria’ en ‘Scherzo’, heel kort voor zijn dood aan het papier toevertrouwd.

Ter introductie wordt de korte prelude van Boris Tsjaikovski gespeeld: The Bells’. B. Tsjaikovski en Galynin waren boezemvrienden van in hun studententijd en beiden hadden ze veel waardering voor elkaars muziek. B. Tsjaikovski was een van de laatste leerlingen van Sjostakovitsj aan het Conservatorium van Moskou. ‘The Bells’ is zijn laatste werk, vlak voor zijn dood geschreven, en bleef onafgewerkt. Het werd door Piotr Klimov bewerkt voor kamerorkest en ook opgenomen, maar we zullen nooit weten hoe de componist het einde echt heeft bedoeld: uit zijn geschriften weten we dat hij het zag als een onderdeel van een groot symfonisch werk. In dit concert hoor je ‘The Bells’ in een versie voor piano en viool, vaardig en kundig bewerkt door een van B. Tsjaikowski’s beste leerlingen, Stanislas Prokudin (1970).
Daarna hoor je een zelden uitgevoerd meesterwerk uit de Russische kamermuziek, de sonate voor viool en piano van Nikolai Miaskovsky, Galynins en B.Tsjaikovski’s leraar aan het Conservatorium van Moskou.
Een ander magnifiek werk is de Sonate voor viool en piano van Vissarion Shebalin, ook een leerling was van Miaskovsky. Hij was een uitstekend componist, en directeur van het Moskouse Conservatorium gedurende de bewogen periode van 1942-1948. Op zijn uitnodiging werd ook Sjostakovitsj docent aan deze instelling.
Met Galynins werk opent het tweede deel van het concert. En om te besluiten is er de Sonate voor viool en piano van Nikolas Medtner, tijdgenoot van en erg gewaardeerd door Nikolai Miaskovsky.

Herman Galynins leven was hard en kort. Hij werd geboren op 30 maart in 1922 in Tula, een middelgrote plattelandsstad 200 km ten zuiden van Moskou, in een familie van arbeiders die waren tewerkgesteld in een munitiefabriek. Hij werd vroeg wees, zwierf als kind jarenlang rond, tot hij opgenomen werd in een weeshuis. Het ‘visitekaartje’ van dat weeshuis was een orkest van volksinstrumenten. In dat orkest begon hij al snel open te bloeien: hij speelde alle instrumenten en maakte arrangementen van allerlei liedjes. Galynin zond zijn eerste eigen compositie (March for piano) naar de examencommissie van het Musical College, dat verbonden was met het Moskouse Conservatorium. Resultaat: in 1937 werd Galynin ingeschreven in het voorbereidend jaar van dat college, een jaar later slaagde hij. Galynin had héél veel geluk: in die examencommissie zaten de strengste leraren, – velen van hen gaven ook les aan het conservatorium – en de school was de beste voorbereidende muziekschool van Rusland. Tussen 1939-1941 componeerde Galynin verschillende stukken voor piano, (waaronder de ‘Four Preludes’ uit 1939), reeds helemaal in zijn eigen unieke stijl geschreven, met briljante originele melodieën en helder gevoel.
Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog moest Galynin naar het leger, maar in 1944 hervat hij zijn studies en kwam wegens ziekte van zijn leraar Nikolai Miaskovsky in de klas van Sjostakovitsj terecht. In 1948 woerd Sjostakovitsj uit het conservatorium weggejaagd en Galynin keerde terug naar de klas van Miaskovsky.

Galynin schreef zijn belangrijkste composities toen hij aan het conservatorium studeerde: tussen 1945 en 1950. Misschien lijkt dit ongeloofwaardig, maarbijna al zijn composities waren geschreven in opdracht van zijn leraars, als huiswerk. De briljante start van zijn carrière werd plots afgebroken door het uitbreken van een geestesziekte: van de vroege jaren 50 tot zijn dood heeft hij haast niets meer gecomponeerd. Onder de weinige composities van de jaren 50 en 60 zijn er alleen zijn Tweede Strijkkwarter (1956) , Aria (1963) en Scherzo voor viool en strijkers (1966). Het Scherzo en de Aria worden tijdens dit concert gespeeld in een versie voor viool en piano van de hand van de componist zelf.

Programma :
  • Boris Tsjaikovski (1925-1996), Prelude “The Bells” (1996) – versie voor viool & piano door Stanislav Prokudin (Wereldcreatie)
  • Nikolai Miaskovsky (1881-1950), Sonatr voor viool & piano (op. 70)
  • Vissarion Shebalin (1902–1963), Sonatr voor viool & piano (op. 51, N. 1)
  • Herman Galynin (1922-1966), Suite voor piano (1945) , Four Preludes voor piano (1939) ; Scherzo (1966) & Aria (1963) versie voor viool & piano door Galynin
  • Nikolas Medtner (1879-1951),Sonate voor viool & piano No. 1 (op. 21)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Olga Solovieva & Marina Dichenko : Hommage aan Herman Galynin
Vrijdag 16 maart 2007 om 20.30 u

De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be , www.medtner.org.uk en www.boris-tchaikovsky.com

Nog een leuke extraatje : bezoekers van dit concert krijgen de laatste rode pomp cd ten geschenke. Het is een opname met Zeger Vandersteene en Levente kende en bevat de mooiste Goetheliederen geselecteerd door Zeger.