RAUM: een choreografie van Marc Vanrunxt op muziek van Morton Feldman

Raum Marc Vanrunxt en Champ d’Action duiken opnieuw onder in de muzikale wereld van Morton Feldman. Na het kleinschalige en intimistische ‘Last pieces’, een vederlicht duet voor een danseres en een pianist, baseert de voorstelling RAUM zich op Feldmans eerder monumentale werk. De combinatie van Patterns in a Chromatic Field (voor piano en cello) en Crippled Symmetry (voor fluit, piano en klokkenspel), opent een breed meanderend muzikaal universum dat ruim drie uur bestrijkt. Terwijl helderheid en gestrengheid in het eerste concertdeel een spanningsveld creëren tussen chaos en monotonie, staan voortdurende verandering en transformatie centraal in het tweede deel. Choreografie en scenografie spruiten voort uit een intensieve muzikale beluistering. Dans en muziek zijn op gelijke voet aanwezig, als dragers van ruimte en tijd.

Marc Vanrunxt (Kunst/werk) maakte al vaker gebruik van de trage, gecondenseerde muziek van de Amerikaanse componist Morton Feldman, die fascineert door haar evenwicht tussen extreme eenvoud en complexiteit. Na de geslaagde samenwerking tussen Champ d’Action en Marc Vanrunxt rond Last Pieces, gaan beiden opnieuw de uitdaging aan om te werken met muziek van Feldman. Centraal in deze productie staat het begrip ‘tijd’. Tijd en ruimte ‘an sich’, maar zeker niet leeg of kaal: dynamiek, verschil en transformatie kunnen beide dimensies tastbaar maken.
Het stuk Patterns in a Chromatic Field (80′) voor cello en piano wordt naast Crippled Symmetry (90′) voor fluit, piano en percussie geplaatst. In deze stukken worden de grenzen van de muziek afgetast. Niet de pijngrens van wat muzikaal draaglijk is, maar de prozaïsche grenzen met performance, theater, hard labeur – het is véél moeilijker urenlang pianissimo te spelen, zoals Feldman het zo graag had, dan ongenuanceerd fortissimo. Rond de musici kristalliseert de wolk van geluid, licht, beeld, beweging, de efemere dans van de elementen, sterrenstof – het huis van Morton Feldmans late kwartetten. Naast zijn vaste scenograaf Koenraad Dedobbeleer nodigde Vanrunxt ook beeldend kunstenaar Kristof Van Gestel uit. Beide installatie-kunstenaars gaan een dialoog aan waarin ook de muziek, de dansers en het publiek betrokken worden.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Marc Vanrunxt/ Champ d’Action : RAUM
Woensdag 2 mei 2007 om 20.00 u
(Inleiding om 19.15 u)
Concertgebouw
‘t Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be, www.champdaction.be en www.kunst-werk.be

Elders op Oorgetuige :
Raum : bezwerend universum waaruit het moeizaam ontwaken is, 23/01/2007
Naar aanleiding van de première van Raum op 8 en 9 december 2006 in het Kaaitheater in Brussel, versheen er hier een uitgebreide aankondiging onder de titel ‘Raum : een samenzwering van muziek, dans en scenografie‘ (6/12/2006)
Last Pieces : cocktail van hedendaagse dans en muziek, 29/05/2006
Percussieconcert met verrassende instrumenten en spectaculaire klanken (Morton Feldman), 29/11/2006

Extra :
Het onmerkbare merkbaar maken. Marc Vanrunxt en Champ d’Action creëren met “Raum” een bezwerende staat van zijn‘, Daniëlle de Regt, De Standaard, 11 december 2006 – dit artikel staat ook integraal op www.champdaction.be
“Marc Vanrunxt” door Myriam Van Imschoot, Kritisch Theaterlexicon, VTI, 1997 (pdf)
Morton Feldman Texts: Essays and Articles on MF and his music
Morton Feldman op UbuWeb Sound

No-Neck Blues Band & Drifting Bears Collective

Drifting Bears Collective The No-Neck Blues Band werd opgericht in 1992 door een collectief van muzikanten (multi-musici) die uitblonken in hun anonimiteit. Ze combineren folkelementen, drones, psychedelische toestanden, free jazz, noise met een beetje van de rest. Hun live reputatie is er één van wereldniveau. Dinsdag kun je ze in Recylart aan het werk zien, samen met het Brusselse Drifting Bears Collective.

“NNCK are the best band ever in the universe”, aldus Thurston Moore van Sonic Youth. Hoeft dit nog meer uitleg ? The No-Neck Bluesband, kortweg NNCK, is een 7-koppige free rock groep, waarbij je de term ‘free’ wel heel letterlijk mag nemen. Deze New Yorkse groep heeft immers lak aan de regels van de muziekbusiness en speelt nog liever in parken en op daken dan in reguliere concertzalen. Laat je niet afleiden door de ‘blues’, maar verwacht je aan boeiende psychedelische jams gekruid met elementen uit de free jazz, folk, krautrock, tribal, noise, drones, zonder hen daar op vast te pinnen, want regels zijn er bij NNCK vooral om gebroken te worden.

Drifting Bears Collective is een project rond Cédric Stevens, die op enkele jaren tijdis uitgegroeid tot een vaste waarde binnen de Brusselse electronica-scène. Onder het pseudoniem Acid Kirk werd hij een veelgevraagde DJ in het acid- en technomilieu. In 1997 richtte hij samen met Julien Bovy het Elfcut label op (inmiddels defunkt) en begon als the Syncopated Elevators Legacy andere, meer avontuurlijke geluidsbronnen aan te boren. Hij vond vooral inspiratie in de avant-garde en free-jazz, van het minimalisme van Tony Conrad en Terry Riley tot de vrije klankexperimenten op labels als Table of the Elements, Corpus Hermeticum of Ecstatic Peace. Het resultaat was een rijke klankwereld, opgebouwd uit analoge texturen en elektronische tools, geïmproviseerde geluidsvormen en psychedelische drones, die vooral op de 12inch The Siamese Level barstte van spanning en intensiteit. Met Drifting Bears Collective gaat hij verder in zijn samenwerking met live-muzikanten, op zoek naar een eigen elektro-akoestisch idioom.

Tijd en plaats van het gebeuren :

No-Neck Blues Band & Drifting Bears Collective
Dinsdag 1 mei 2007 om 20.00 u

Recylart vzw
Ursulinenstraat 25
1000 Brussel


Meer info : www.recyclart.be en www.theserth.com

Reviews :
Drifting Bears Collective: South of No North in Ruis, april 2007 (pdf, p.14)
No-Neck Blues Band: Het verlangen om muziek te maken die recht het hart komt, Hans van der Linden op www.kindamuzik.net, 18 mei 2006
No-Neck Blues Band & Ebryo: ‘Wieder das Erste Mal’ op www.kwadratuur.be

Courtisane zoekt raakvlakken met beeldende kunst, performance en muziek

courtisane festival Van 3 tot 6 mei palmt de zesde editie van het Courtisane Festival voor kortfilm, video en nieuwe media het Kunstencentrum Vooruit in. Met een tentoonstelling, een dansperformance, multimediale concerten en een audiovisueel creatielab zoekt Courtisane de raakvlakken met beeldende kunst, performance en muziek op. Het vierdaags festival laat je naar goede gewoonte kennismaken met een heel divers aanbod van gevestigde én nieuwe namen. Muziek en performances zijn er van dj/vj-set CSS, Andrea Bozic, Ghost, Stefan Lakatos, Christian Marclay e.a.

Ghost & Stefan Lakatos
Zaterdag 5 mei 2007 om 20.00 u

Ghost is het psychedelisch geesteskind van masaki Batoh, die de groep in 1984 uit de grond stampte en er tot vandaag alle richtingen mee uitvaart. Ghost houdt er een nomadisch bestaan op na. De commune-achtige band speelt en leeft op bizarre plaatsen zoals boeddhistische tempels, oude kerken en leegstaande metrostations en slaagde er zo in om een mythe rond zich te bouwen. De eclectische muziek van Ghost draagt daar alleen maar toe bij: een typisch Japanse mengeling van progfolk, west-coast geïnspireerde psychrock en bezwerende etnische muziek.
www.myspace.com/ghostjapanpsych

Stefan Lakatos is een leerling van de legendarische componist Moondog. De blinde Moondog zwierf 30 jaar rond in de straten van New York, waar hij gekleed als viking zijn muziek en teksten bracht. Hij groeide uit tot een waar cultfiguur, op handen gedragen door de jazzscene in de jaren 50 (Charlie Parker), de beat poets in
de jaren 60 (Allen Ginsberg) en de minimalisten in de jaren 70 (Steve Reich, Philip Glass). Dankzij zijn intense vriendschap met Moondog vergaarde Stefan Lakatos een uniek inzicht in de speelmethode van de ‘trimba’, het percussie-instrument dat Moondog ontwikkelde. Samen met pianiste Jeanette lochny vertolkt hij Moondogs composities, leest voor uit zijn poëzie en brengt eigen werken waarmee hij de verfijning van de trimba demonstreert. Courtisane brengt het eerste concert met originele
moondogmuziek in België !
www.stefanlakatos.de

——————————————

Christian Marclay's Screen Play Christian Marclay’s Screen Play
Zondag 6 mei 2007 om 20.00 u

Christian Marclay maakte met ‘Screen Play’ een geluidloze visual score waarin gevonden filmfootage en computer graphics gecombineerd worden. Die score wordt bij elke opvoering aan drie groepen gepresenteerd. Marclay vertrouwt op de inspirerende kracht van de beelden en elke groep mag het materiaal op eigengereide wijze begeleiden met improvisaties. Op uitnodiging van Vooruit en (K-RAA-K)3 slaan deze (gelegenheids)bands op de slotavond van courtisane festival aan het improviseren bij Screen Play:

  • Greg Kelley (US), Bhob Rainey (US) & Jason Lescalleet (US)
  • Tetuzi Akiyama (JP), Ignatz (BE) & Stef Irritant (BE)
  • Steve Beresford (GB), John Butcher (GB) & Paul Lovens (DE)
Greg kelley en Bhob rainey vormen het duo nmperign. Met hun onconventionele speeltechniek halen ze een abstract tot surrealistisch geluid uit hun instrumenten (trompet en saxofoon) en geven ze jazz en improvisatie een heel nieuwe klank mee. Elektronica- en tapemanipulator Jason lescalleet is een van hun goede vrienden
waarmee ze vaak het pad der improvisatie delen.

Veelzijdig Japans gitaarwonder Tetuzi Akiyama is niet vies van improvisatie, zo blijkt uit verschillende releases (met o.a. Greg Malcolm, Jozef van Wissem, Tim Barnes, Oren Ambarchi). Ignatz en Stef Irritant (Kiss the anus of a Black Cat) zijn coryfeeën uit de (k-raa-k)3-stal met een gedeelde voorliefde voor drones, folk en psychedelica, zij het met een volledig andere inkleuring. In een gitaarbattle kan het drietal voor een flinke dosis avant-garde zorgen.

Steve beresford, John Butcher en Paul Lovens kwamen voor het eerst samen in 2002 voor een performance op radio Österreichs Musikprotokoll in Graz, ontmoetten elkaar opnieuw in 2005 en bleven sindsdien regelmatig samen improviseren: Butcher op saxofoon, Lovens op percussie en Beresford met allerhande elektronisch geluidsmateriaal. Het trio speelde al eerder met de visual score van Marclay en weet dus waar de gevoeligheden liggen.

——————————————

Creatielab GaGarin
In de orbit van het courtisane festival zet de audiowerkplaats van hogeschool Sint-Lucas Gent een tijdelijk lab voor audiovisuele creatie op. Veelbelovende jonge artiesten uit België en Nederland slaan 4 dagen lang hun tenten op in het foyer van de theaterzaal in Vooruit. Onder de noemer Gagarin lanceren ze er nagelnieuwe
installaties, video, audio of performances.
Het werk van de deelnemende artiesten en de (tussentijdse) resultaten van het creatielab worden elke dag om 19.00 u aan het publiek voorgesteld. Wie er allemaal deelneemt en hoe Gagarin loopt, zul je vernemen in de dagkrant van courtisane festival of via www.courtisane.be.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Courtisane Festival
Van donderdag 3 tot zondag 6 mei 2007
Kunstencentrum Vooruit

Sint-Pietersnieuwstraat 23
9000 Gent

Uitgebreide programmainfo vind je op: www.vooruit.be , www.courtisane.be, www.myspace.com/courtisanefestival en www.kraak.net

Klank in beweging

Katrien Gaelens Tijdens het slotconcert van De Nieuwe Reeks verkennen fluitiste Katrien Gaelens en componist Maarten Buyl (live-electronics) de mogelijkheden van de combinatie fluit – live elektronica. Katrien Gaelens en Maarten Buyl selecteerden een aantal composities voor fluit en elektronica rond het thema klank in beweging.  Op het programma staan werken van Steve Reich, Kaija Saariaho, Agostino di Scipio en Philippe Manoury, naast eigen werk van Maarten Buyl. Tijdens dit concert staat ruimtelijkheid van muziek centraal, naast de vele mogelijkheden van elektronica  in combinatie met akoestische instrumenten.

Steve Reich (1936) behoort samen met Philipp Glass en Terry Riley tot de pioniers van de minimalistische en repetitieve muziek. Hij leidt een opvallend zuiver parcours, waarbij hij steeds trouw blijft aan zijn oorspronkelijke intuïtie. Zijn eerste werken zijn heel radicaal. Ze draaien rond de langzame tempoverschuiving van verschillende lussen magneetband (It ‘s gonna rain,1965). In de jaren ’70 componeerde Reich grote muzikale bouwwerken (Music for eighteen musicians,1976) en tegenwoordig schrijft de New Yorker meer verhalende en meer rapsodische werken (de video-opera Hindenburg uit 1998). Reich is schatplichtig aan een waaier van muziekstromingen.
In “Pendulum Music for Loudspeaker and Microphones” (1968) pendelen een aantal microfoons als slingers boven speakers, waardoor een repetitief stuk ontstaat met langzaam veranderende ritmische patronen. De structuur van het stuk wordt bepaald door het toeval, al naargelang elke microfoon zich in een onderling afwijkende slingerende boog door de ruimte beweegt. Alle microfoons worden in beweging gebracht en slingeren tezelfdertijd. Daar de snelheid van de microfonen verschilt, ontstaan er patronen die voortdurend wijzigen. Aanvankelijk zwaaien zij synchroon, maar weldra verwijderen ze zich van elkaar – een proces dat door de terugkoppeling hoorbaar gemaakt wordt. Het stuk eindigt als alle microfoons tot rust zijn gekomen boven de luidsprekers. Dit werk stemt exact overeen met het doordachte muziekconcept van Steve Reich uit 1968, waarin hij muziek beschrijft als een gradueel proces: “éénmaal het proces is ingesteld en opgeladen, loopt het vanzelf”.

Kaija Saariaho (1952) is een Finse componiste die sinds 1982 in Parijs verblijft. In 1976 begon ze haar studies aan het conservatorium in Helsinki bij Paavo Heininen. In 1980 en 1982 volgde ze seminaries in Darmstadt bij Brian Ferneyhough en studeerde ze in Freiburg bij Klaus Huber. Het jaar 1982 werd een belangrijk jaar voor Saariaho: tijdens haar werk aan het Parijse Ircam deed de computer zijn intrede in haar compositieproces. Later werkte ze ook in studio’s te Helsinki, Stockholm, het GRM in Parijs en de Strobel stichting in Freiburg. Kaija Saariaho is één van de invloedrijkste componisten in de hedendaagse muziekwereld. Ze ontwikkelde een heel persoonlijke schrijfstijl, gekenmerkt door een verankering in traditionele Finse muziek, poëzie en literatuur en een ambitie om de recentste muzikale technologieën te verkennen en te gebruiken in haar werken.

Agostino Di Scipio (1962) componeert zowel geluidsinstallaties als muziek voor muzikanten en live-electronics waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de interactie tussen mens, machine en de omgevende ruimte. De meeste van zijn stukken zijn gebaseerd op ongebruikelijke synthesemethodes van ruis en turbulentie.
Book of flute dynamics‘ is een klankdeconstructie van de fluit. De fluit is een percussie-instrument dat op verschillende wijzen bespeeld wordt: met de vingers, de lippen, de tong of de luchttoevoer. Elke methode heeft zijn eigen notatiewijze in de partituur.
De fluit wordt een “machine a bruit”: pulseren, sissen en schrapen veroorzaken verplaatsing van microscopisch kleine klankpartikels die tegen elkaar aan botsen. De titel verwijst naar de term “fluid dynamics” uit de wetenschap die complexe, chaotische systemen bestudeert.
Elk hoofdstuk (chapter) van het werk verkent een lichtjes andere interactiemethode tussen mens (vingers, lip, tong, adem) en machine (fluit, computer) en tussen de ‘fluit machine’ en de computertechniek.

Philippe Manoury (1952) studeerde piano bij Pierre Sancan en compositie bij Gérard Condé en later bij Max Deutsch, Michel Philippot, Ivo Malec en Pierre Barbaud. Hij doceerde twee jaar in Brazilië aan verschillende universiteiten en bij terugkomst in Frankrijk (1980) accepteerde hij een uitnodiging om onderzoek te verrichten aan het IRCAM (Institut de Recherche et Coordination Acoustique/Musique) in Parijs. Het fenomeen van interactie tussen akoestische instrumenten en een real time (op hetzelfde moment afgespeelde) elektronische bewerking van hun klanken door middel van verschillende computertechnieken bleef hem jarenlang boeien, wat resulteerde in verschillende composities. Daarnaast bleef hij ook ‘traditionele’ composities schrijven.

Programma :
  • Maarten Buyl, D/A-studie# I
  • Agostino di Scipio, Book of flute dynamics
  • Kaija Saariaho, Journey
  • Steve Reich, Pendulum Music (tijdens de pauze)
  • Phillipe Manouri, Jupiter
Tijd en plaats van het gebeuren :

De Nieuwe Reeks : Klank in beweging – Katrien Gaelens en Maarten Buyl
Maandag 30 April 2007 om 20.30 u (Inleidende lezing door Maarten Quanten (Matrix) om 19.45 u )
STUK – Soetezaal
Naamsestraat 96
3000 Leuven

Meer info : www.denieuwereeks.be, www.stuk.be , www.stevereich.com , www.saariaho.org

Kaija Saariaho op www.chesternovello.com

Elders op Oorgetuige :
Interview met Kaija Saariaho en Jean-Baptiste Barrière, 22/02/2007
Elektronik! : elektronische muziek in de schijnwerpers, 20/03/2007

Modernisme en romantiek in De Munt

Jakub Hrusa Zondagavond leidt de jonge Tsjechische dirigent Jakub Hrusa het Symfonieorkest en het koor van de Munt in een programma dat 20ste-eeuws modernisme van Schönberg, Dallapiccola en Stravinski combineert met 19de-eeuwse romantiek van Dvorák.

“Dit meesterwerk is op grond van de artistieke noodzakelijkheid van de relatie tekst-muziek en muziek-toehoorder het esthetische muzikale manifest van ons tijdperk” , schreef Luigi Nono ooit over Schönbergs ‘A Survivor from Warsaw’. In dit werk, een dramatische cantate voor verteller, mannenkoor en orkest, gaat het over één episode in de moord op 6 miljoen joden door de Nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog. Schönberg schreef de tekst zelf, gedeeltelijk gebaseerd op een ooggetuigenverslag van een van de weinige overlevenden van het getto van Warschau. Meer dan 400.000 joden uit dit getto stierven in vernietigingskampen of verhongerden.Vele anderen kwamen om tijdens een heldhaftige opstand tegen de Nazi’s in 1943.
De tekst van de verteller wordt in het Engels uitgesproken, behalve een aantal angstaanjagende Nazi-bevelen, die in het Duits geschreeuwd worden. De rol van de verteller is een soort van Sprechstimme, de vernieuwende spreek-zangtechniek die door Schönberg ontwikkeld werd. De ritmes van de gesproken woorden zijn precies genoteerd, maar de onderlinge verschillen in toonhoogte zijn slechts bij benadering aangegeven.

De aanleiding voor Arnold Schönbergs ‘A Survivor from Warsaw’ is terug te voeren tot de Russische danseres, danspedagoge en choreografe Corinne Chochem (1907-1990) in maart/april 1947. Op 2 april 1947 stuurde Chochem de melodie en Engelse vertaling van een partizanenlied, die bedoeld waren voor een compositieopdracht aan Schönberg, in het Jiddische origineel of in een Hebreeuwse vertaling. Op 20 april 1947 deed Schönberg een voorstel voor een honorarium. Chochem antwoordde per kerende post dat ze aan zijn honorariumvoorstel niet kon voldoen, en het project ging niet door, ook niet na een verdere toenaderingspoging van Schönberg. Begin juli 1947 kreeg Arnold Schönberg een compositieopdracht van de Koussevitzky Music Foundation, die hij aannam onder verwijzing naar het reeds begonnen orkestwerk, dat hij binnen een week of zes kon voltooien: “My original plan was to write it for a small group of about 24 musicians, one or two ‘speakers’ and a mens choir of an adequate size.”
“A Survivor from Warsaw” beschrijft een voor de Nazi-terreur typerende appèlselectie, waar ter dood veroordeelde gevangenen worden geïnspecteerd en geselecteerd; dit beschrijft een belangrijk aspect van de dagelijkse gang van zaken van het concentratiekamp. Schönberg heeft daarmee locatie en tijd weggeabstraheerd van het Warschause getto als symbolische plaats. Niet de authenticiteit van de details, maar het begrip in het algemeen is voor het lezen en begrijpen van de Vernichtung binnen de moderne cultuurgeschiedenis van belang: “Now, what the text of the Survivor means to me: it means at first a warning to all Jews, never to forget what has been done to us, never to forget that even people who did not do it themselves, agreed with them and many of them found it necessary to treat us this way. We should never forget this, even [if] such things have not been done in the manner in which I describe in the Survivor. This does not matter. The main thing is, that I saw it in my imagination.”, zo schreef Schönberg op 1 november 1948 in een brief aan Kurt List. (*)

Luigi Dallapiccola (1904-1975) is in zekere zin verscheurd tussen Duitse en Italiaanse invloeden. Hij was afkomstig uit Istrië, dat, toen hij werd geboren, nog bij het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk behoorde – in 1918 werd het een deel van Italië. In veel opzichten was Dallapiccola typisch Italiaans in zijn muzikale voorkeuren: hij hield van lyrische, vervat in heldere overzichtelijke vormen. Tegelijk bestempelde hij de avond dat hij Schönberg diens Pierrot lunaire hoorde dirigeren als de belangrijkste gebeurtenis uit zijn muzikale leven, terwijl hij tevens een hartstochtelijk bewonderaar van Webern was. Het resultaat van die verering was dat Dallapiccola als eerste Italiaan twaalftoonsmuziek ging schrijven. Evenwel ontwierp hij, zoals zoveel navolgers van dit systeem, een geheel eigen gebruik van de twaalftoonsreeks, dat hem in staat stelde de formele controle die deze praktijk bood te verbinden met zijn behoefte aan een meer welluidende, lyrische, kortom, traditioneel Italiaans georiënteerde klankwereld. De resultaten van deze aanpak, zoals de Variazioni per orchestra (1953/1954), blijken fraaie en sfeervolle muziek op te leveren, die na jaren van verwaarlozing hier terecht onder de aandacht wordt gebracht.

Igor Stravinsky‘s ‘Concerto voor piano en blazers’ (1923-24) behoort samen met de ‘Sonate voor piano’ en het ‘Octet’ (beide uit 1924) tot de werken waarin hij zijn naoorlogse koerswijziging demonstreerde. De nieuwe esthetiek werd door de opinieleiders van het Parijse milieu aangeduid met termen zoals ‘nouveau classicisme’, ‘objectivisme’, ‘réalisme’ of ‘style dépouillé’. De openlijke verwijzingen naar Bach in die muziek werden niet begrepen als een terugkeer naar een retrospectieve stijl, maar als een demonstratie van universeel geachte muzikale waarden.
De ‘retour à Bach’ groeide uit tot de belangrijkste mode in het Franse muziekleven van de jaren twintig. De slogan stond niet voor een terugkeer naar een historische stijl, maar voor een antiromantische esthetiek: het ideaal van een niet-descriptieve, niet-expressieve muziek van objectieve constructie.

Programma :
  • Arnold Schönberg, A surivor from Warsaw, op. 46 (1947)
  • Luigi Dallapiccola, Variazioni per orchestra (1953-54)
  • Igor Stravinsky, Concerto voor piano en blaasinstrumenten (1923-24)
  • Antonin Dvorak, Symfonie nr. 6 in D, op. 60 (B.112) (1880)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Symfonieorkest en het koor van de Munt: Schönberg, Dallapiccola, Stravinsky en Dvorak
Zondag 29 april 2007 om 20.00 u (Inleiding om 19.030 u )
De Munt
Munt
1000 Brussel

Meer info : www.demunt.be

(*) Bron : Website VU-Kamerorkest. Je vindt er ook de volledige tekst van ‘A Survivor from Warsaw’ .

Extra :
Arnold Schönberg en Igor Stravinsky op www.maurice-abravanel.com
Arnold Schönberg Center : www.schoenberg.at
Arnold Schönberg: van chromatische romantiek naar serialisme, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, januari 2006
Luigi Dallapiccola: vrijheid en onderdrukking, Jan de Kruijff op www.audio-muziek.nl, oktober 2005

Elders op Oorgetuige :
Wenen in het begin van de twintigste eeuw, 26/03/2007
Symfonieorkest Vlaanderen : Neo? Klassiek, 11/01/2007

Arnold Schönber
g, A surivor from Warsaw : fragment

Arnold Schönberg, A surivor from Warsaw

Vlaamse religieuse muziek in Gent en Polen

Goeyvaerts Aquarius Consort In het diepgelovige Polen brengt Aquarius op het befaamde festival voor gewijde muziek ‘Gaude Mater’ in Czetochowa een bloemlezing van hedendaagse, religieuze koormuziek uit Vlaanderen. Dat Norbert Rosseau, met zijn even korte als sublieme Mis van de Heilige Geest, vooraan op de affiche prijkt, spreekt vanzelf.
Dat onze meest gezongen koorcomponisten Vic Nees – met zijn exuberante Magnificat – en Kurt Bikkembergs – met drie kortere stukken – van de partij zijn, eveneens. Verder op het programma : een gloednieuw werk van Lucien Posman, Psalm 22 van Luc Van Hove en Jan Van Landeghems mystieke Tagore-gedichten. En uiteraard ook Sebastiaan Van Steenberge, die als jonge cantor aan de Antwerpse kathedraal voor de uitdaging staat de moderne devotie een stem te geven. Voor wie er in Polen niet bij kan zijn : voor afreis kan je deze staalkaart gaan beluisteren in de kerk van het Oud Groot Begijnhof Sint-Elisabeth in Gent.

Veel meesterwerken maken indruk door hun omvang en grootsheid. De ‘Missa in honorem Spiritus Sancti’ ( mis van de Heilige Geest ) van Norbert Rosseau (1907-1975) schittert in haar beknoptheid en verfijnde eenvoud. Ze duurt geen tien minuten. Rosseau componeerde ze in zijn monodische stijl uit zijn late periode, waarin hij – met een prachtig resultaat – de schoonheid van het eeuwenoude gregoriaans zocht te evenaren.

Men noemt Vic Nees (° 1936) met recht de nestor van de Vlaamse koormuziek. Als componist en dirigent heeft hij de Vlaamse koorwereld aan de romantiek onttrokken en aansluiting met de Europese, moderne koorvernieuwing laten vinden. Zijn Magnificat uit 1981 glanst van virtuositeit en levensvreugde. Er is levendige samenspraak tussen de sopraan solo en het koor. De tekst biedt de componist de gelegenheid verschillende gemoedstemmingen uit te werken. Een rijk en soepel ritmisch patroon vermijdt starheid. Nees kent het geheim van de ‘zingbaarheid’.

Luc Van Hove (°1957) heeft zijn Psalm 22 opgedragen aan de slachtoffers van de brutale moordpartij in Beslan door Tsjetsjeense opstandelingen. De tekst evoceert de paniek en de ontzetting van een argeloos, onschuldig slachtoffer wiens leven brutaal vernield wordt. De componist heeft de Apocalyps rijk geschakeerd uitgewerkt. Alle facetten van de gruwel – van klacht over angst tot wilde paniek, op het dierlijke af – krijgt de luisteraar over zich. Want zo afgrijselijk en onmenselijk ging het daar aan toe, in dat schooltje. Een belangrijke compositie.

Kurt Bikkembergs (°1963) is aardig op weg om als componist en dirigent de volgende nestor van de Vlaamse koormuziek te worden. Het pad dat Vic Nees geëffend heeft, wordt door hem gretig verder gezet. Uiteraard integreert hij nu nieuwere technieken die het moderne componeren heeft voortgebracht. Met relatief eenvoudige
middelen bereikt hij effectvolle resultaten. De drie kortere werken op het programma illustreren mooi zijn compositorisch arsenaal.

Jan Van Landeghem (°1954) staat niet bekend als koor- en/of religieus componist. De Indische Nobelprijswinnaar Rabindranath Tagore (1861-1941) is ook geen religieus schrijver in de strikte zin. Maar al het werk van deze dichter/filosoof draait rond de zoektocht naar de diepere lagen van ons bestaan. Al zijn verhalen, gedichten en aforismen ademen die mystieke hang naar het bovennatuurlijke en het kosmische. De natuur, de liefde en de medemens dragen in zichzelf de potentie van het goddelijke. Met grote compositorische vaardigheid weet Van Landeghem vier korte overpeinzingen van Tagore tot leven te wekken.

Lucien Posman (°1952) staat in Vlaanderen bekend als Blake-componist. Jarenlang was William Blake zijn exclusieve inspiratiebron. Aquarius heeft – als het vroegere Goeyvaerts Consort – een CD opgenomen met een ruime selectie van Posmans Blake-koren. Op hun verzoek heeft hij het nieuwe koorwerkje ‘IOB XLII 11-16’ gemaakt. De Job-verzen refereren aan de idyllische tijd van de jeugd toen onschuld en vertrouwen het leven comfortabel maakten. Posman gebruikt nu de componeermethode van de ‘toonklok’ zoals die uitgedacht werd door de Nederlandse componist Peter Schat. Deze methode waarborgt een aangename welluidendheid en een gevoel van tonaliteit, evenwel zonder de traditionele regels van het tonale componeren te hanteren.

Vlaanderen heeft nog één cantor in de echte zin van het woord. Sebastiaan Van Steenberge (°1974) dirigeert en componeert exclusief voor de kathedraal van Antwerpen. Dat dit zijn componeerstijl bepaalt, spreekt vanzelf. Van Steenberge staat voor de uitdaging toegankelijke muziek te componeren voor lekenzangers en toehoorders. Tekstdienstbaarheid en devotie in de 21ste eeuw. Binnen deze beperking een eigen authenticiteit vinden, is weinigen gegeven.

Programma :
  • Norbert Rosseau, Missa in honorem Spiritu Sancti
  • Vic Nees, Magnificat
  • Luc Van Hove, Psalm 22
  • Kurt Bikkembergs, De profundis clamavi – Ave Maria – Bist Du das Süsze Lied der Liebe
  • Jan Van Landegem , Four poems Tagore
  • Lucien Posman, IOB XLII 11-16(Wereldcreatie)
  • Sebastiaan Van Steenberge, Pie Jesu – Gloria
Tijd en plaats van het gebeuren :

Goeyvaerts Aquarius Consort: Musica Religiosa Flamenca
Zondag 29 april 2007 om 16.00 u

Sint- Elisabethkerk
Oud Groot Begijnhof Sint-Elisabeth
Begijnhoflaan
9000 Gent

Meer info: www.goeyvaerts-consort.be , www.elisabethbegijnhof.be en www.kurtbikkembergs.be

Kurt Bikkembergs, Vic Nees, Lucien Posman, Luc Van Hove en Jan Van Landegem op www.arts.kuleuven.be/matrix

Koppen justitie over de moord op Benjamin Rawitz

Benjamin Rawitz Op het Brusselse Conservatorium kan iedereen zich nog heel levendig het einde van de vorige zomervakantie herinneren. Het nieuws sloeg in als een bom: pianist en docent Benjamin Rawitz was koelbloedig vermoord en teruggevonden in de kelder van zijn appartement. Maanden later zijn er nog heel veel vragen en heel weinig antwoorden.

Koppen Justitie brengt vanavond een verslag over de stand van zaken in dit onderzoek. Het tragische nieuws van de moord op Benjamin Rawitz aan de Grote Zavel in Brussel is in België eigenlijk vrij onopgemerkt voorbijgegaan. Internationaal kreeg het bericht wel veel aandacht: het slachtoffer was dan ook een wereldberoemd klassiek muzikant. Hij debuteerde als 14-jarige met het befaamde symfonisch orkest van het Israëlische Haïfa en speelde in zowat alle grote concertgebouwen ter wereld. De jaren voor zijn dood werkte hij in Brussel als docent aan het Koninklijk Conservatorium. Op de nacht van 28 op 29 augustus 2006 werd hij voor zijn appartement door twee mannen vastgegrepen en naar binnen geduwd. Het lichaam van Rawitz werd de volgende morgen in de kelder van het gebouw gevonden. De federale politie stelde later vast dat de daders erg gewelddadig te werk zijn gegaan.

Luc Tooten, cellist bij het Vlaams Radio Orkest en goede vriend van Rawitz, betreurt dat de moordenaars nog altijd vrij rondlopen. Het Brussels parket voert al maanden een intensief onderzoek, maar alle sporen lopen voorlopig dood. De speurders hopen dat nieuwe tips alsnog voor een doorbraak kunnen zorgen. De daders werden gefilmd en van één van hen bestaat een goede beschrijving. Stef Tierens brengt verslag uit over de stand van zaken in dit moeilijke, maar belangrijke onderzoek dat internationale weerklank heeft.

Koppen justitie : De moord op de beroemde pianist Benjamin Rawitz
Donderdag 26 april 2007 om 21.10u op Eén
www.een.be

Hagen Quartett in de Bijloke

Hagen Quartett Het Hagen Quartett wordt wereldwijd beschouwd als één van de beste kwartetten van vandaag. Zondag zijn ze reeds voor de derde keer te gast in de Bijloke. Hun nieuwe programma heeft een wat zwaarmoedig maar erg aandoenlijk tintje. Het begint met een kwartetonderdeel van Schubert uit 1820, een somber en depressief jaar waarin de componist geen enkel werk voltooide. De melancholische sfeer wordt verder gezet in het Tweede Strijkkwartet van Karol Szymanowski, een fijnzinnige compositie die als zijn ultieme kamermuziekwerk geboekstaafd staat. Meer dan twintig jaar deed Brahms erover alvorens hij een strijkkwartet durfde voor te stellen, zo onder de indruk was hij van de erfenis van Beethoven. En geloof het of niet, niet alleen het uitgesproken rijpe karakter van zijn tweede kwartet valt op, in het energieke slotdeel heb je opnieuw die melancholische ondertoon.

De Pools componist en pianist Karol Szymanowski (1882 – 1937) was een succesvol propagandist van de Poolse muziek in het buitenland en oprichter van ‘Jong Polen in de muziek’ (1905). Hij woonde en werkte achtereenvolgens te Warschau, Berlijn, Leipzig, Oekraïne, Italië, Wenen en ten slotte weer Warschau. Szymanowski werd na veel concertreizen in 1922 leraar compositie in het conservatorium van Warschau, dat hij van 1926 leidde. Hij componeerde aanvankelijk in een laat-romantisch tot impressionistisch idioom, beïnvloed door Chopin en Scriabin. Na 1920 werd zijn werk expressionistischer en minder tonaal. De invloed van Stravinsky en Bartók laat zich gelden en vanaf 1922 verwerkte hij ook Poolse volksliederen en oosterse elementen in zijn werken. Hij componeerde voor het theater (opera’s, operette, toneelmuziek, balletten), symfonieorkest, koor en kamermuziekensembles en schreef voorts ook heel wat pianomuziek en liederen.

Programma :
  • Franz Schubert, Strijkkwartet in c moll ‘Satz Post’
  • Karol Szymanowski, Strijkkwartet nr. 2 (1927)
  • Johannes Brahms, Strijkkwartet nr. 2 opus 51
Tijd en plaats van het gebeuren :

Hagen Quartett : Schubert, Szymanowski, Brahms
Zondag 29 april 2007 om 20.00 u

De Bijloke Concertzaal
Jozef Kluyskensstraat 2
9000 Gent

Meer info : www.debijloke.be en www.deutschegrammophon.com/hagen.quartett

Review : Karol Szymanowski ‘Songs of a Fairy-tale Princess- Harnasie – Love Songs of Hafiz’, Emilie De Voght op Kwadratuur.be, 10 februari 2007

Braziliaanse toppianist in de Rode Pomp

José Eduardo Martins Reeds 12 jaar lang heeft de Braziliaanse pianist José Eduardo Martins, in de schaduw van zijn wereldberoemde jongere broer, op advies van en in samenwerking met De Rode Pomp zijn spirituele pianistieke erfenis elektronisch geboekstaafd voor het nageslacht. Dat resulteerde in tien cd’s, en vrijdagavond wordt de elfde voorgesteld, opgenomen in 2006, met werk van Rachmaninov en Skrjabin. Er is via De Rode Pomp, en via Prof Martins, die door toedoen van de Gentse Braziliaan Alvaro Guimaraes in de Rode Pomp terechtkwam, een hechte culturele band ontstaan tussen België en Brazilië. Prof Martins is trouwens de eerste en enige buitenlandse toppianist in die een hele cd wijdde aan Belgische Etudes. Vrijdagavond brengt hij – naast de Sonates Bibliques van Duitse barokcomponist Johann Kuhnau – niet minder dan twee wereldcreaties van de Vlaamse componist Raoul De Smet.

Raoul De Smet (1936) valt zomaar niet direkt onder één noemer te vatten. Hij componeert werken die hun ontstaan danken aan allerlei impulsen of situaties in het dagelijks leven. Hij stelt voortdurend systemen in vraag en staat wantrouwig tegenover elke vorm van academisme. Dodecafonie, serialisme, aleatoriek, jazz, etnische muziek worden als een kluwen verweven in zijn composities. Een systeem staat voor hem los van een stijl. Geleidelijk aan evolueerde hij naar een vereenvoudiging van uitdrukkingsmiddelen, wat resulteert in consonantere composities, die veeleer decoratief en speels klinken, in een lichte divertimento stijl met een zekere evidentie en vanzelfsprekendheid in het verloop. Zijn werken hebben ook vaak een kritisch-belerende inslag.
Belangrijk ook is De Smets vorming als romanist en hispanoloog, wat zijn stempel heeft gedrukt op zijn muziek die wel eens als ‘expressief eclectisme‘ wordt omschreven.

Programma :
  • Raoul C. De Smet (1936) : Etude 5-6 voor piano
    In a vibrant mood (2006) Wereldcreatie
    Fragancias del alma (2006) Wereldcreatie
  • Johan Kuhnau (1660-1722) : Sonates Bibliques (1700):
    1ère Sonate: Le combat de David et Goliath
    2ème Sonate: Saül guéri par la musique de David
    3ème Sonate: Le mariage de Jacob
    4ème Sonate: Ézéchias, à l’agonie, recouvre la santé
    5ème Sonate: Gédéon, sauveur d’Israël
    6ème Sonate: La mort et l’enterrement de Jacob
Tijd en plaats van het gebeuren :

José Eduardo Martins: Raoul C. De Smet & Johan Kuhnau
Vrijdag 27 april 2007 om 20.30 u
De Rode Pomp
Nieuwpoort 59
9000 Gent

Meer info: www.rodepomp.be

Raoul De Smet op www.arts.kuleuven.be/matrix

Creatieconcert Musiques & Recherches

Nicolas Bernier Voor een flinke portie elektroakoestische muziek kun je vrijdagavond terecht in het Brusselse Petit Théatre Mercelis. Annette Vande Gorne en vzw Musiques & Recherches geven creëren er werk van Laurent Delforge, Tom Scott, Nicolas Bernier, Hans Tutschku en Horacio Vaggione.

Na haar klassieke muziekopleiding ontdekt Annette Vande Gorne (1946) de akoesmatiek. Daarbij wordt het geluid puur op zijn klankeigenschappen benaderd, zonder dat de bron ervan enige betekenis overhoudt. Een ingrijpende verandering in het waarnemen dus, dat nu veel meer gericht is op de klankspectra van die geluiden. Dat brengt ook een andere manier van componeren met zich mee. Om zich op dat gebied bij te scholen heeft ze ondermeer ook nog een stage gevolgd bij Pierre Schaeffer.
Omdat er geen mogelijkheden in België waren om deze muziek te leren kennen en te kunnen spelen richtte ze in 1982 de vzw Musiques et Recherches op en de studio Métamorphoses d’Orphée (ondertussen bestaande uit meerdere studio’s voorzien van de modernste middelen). Ze doceert nu aan het conservatorium te Mons. Het jaarlijks festival “L’Espace du Son” is ondertussen aan zijn 13de jaargang toe en nodigt componisten van over de hele wereld uit om hun muziek te laten horen op het akoesmonium van 48 luidsprekers. Laurent Delforge behoort tot jongste generatie componisten. Hij studeert momenteel bij Annette Vande Gorne en spatialiseert regelmatig elektroakoestische muziek op concerten.

Programma :
  • Laurent Delforge (B) : Palimpseste sur souvenir (Belgische creatie)
  • Tom Scott (UK) : Funlandia (creatie)
  • Nicolas Bernier (CAN) : Liaisons Mécaniques (wereldcreatie) (avec ‘aide du Conseil des arts et des lettres du Québec)
  • Hans Tutschku (D/USA) : Distance-liquide (Belgische creatie)
  • Horacio Vaggione (Arg/FR) : Arenas (wereldcreatie)
Tijd en plaats van het gebeuren :

Musiques & Recherches : Concert de créations acousmatiques
Vrijdag 27 april 2007 om 20.00 u

Petit Théatre Mercelis
Rue Mercelis 13
1050 Brussel (Ixelles)

Meer info: www.musiques-recherches.be en www.tutschku.com

Elders op Oorgetuige : Electro-belge : overzicht van de electroakoestische muziek in België, 22/03/2007