Boreas/Noorderwind. Gezongen gedichten : de eerste liedcyclus

Dominique Pauwels en Stefan Hertmans Dinsdag gaat Boreas, een productie van van LOD (Gent) in coproductie met Le Vivat (Armentières), Concertgebouw (Brugge) en Dame de Pic ASBL / Cie Karine Ponties (Brussel), in première in het Kunstencentrum Vooruit in Gent. Gefascineerd door de wind in al zijn vormen creëren choreografe Karine Ponties, componist Dominique Pauwels en installatiekunstenaar Lawrence Malstaf een performance over onzichtbare kracht en zichtbare sporen, en over de impact van onvatbare energie en eindeloze beweging. Wind is een -bijnavirtueel natuurelement. Hij kan zich enkel in de wereld manifesteren door zijn impact op de materiële omgeving. Waar hij komt, ordent en herschikt hij onophoudelijk. Als een griffel die een leisteen beschrijft en weer uitwist. Tabula rasa, elke keer opnieuw.

Vanuit menselijk oogpunt is de wind een melancholisch personage, gejaagd in zijn queeste zonder eindpunt en eenzaam in zijn virtueel bestaan. Het is een treffend beeld voor een wereld waar virtuele realiteit alom aanwezig is. Het virtuele is niet langer een ongrijpbare illusie. Begrippen als authenticiteit en identiteit verschijnen in een nieuw daglicht.

Componist Dominique Pauwels en schrijver Stefan Hertmans lieten zich hierdoor in 2005 reeds inspireren voor een liederencyclus. Hertmans schreef een reeks gedichten waarin de wind in al zijn grilligheid naar voren treedt. Nu eens als destructieve zwarte berggod, dan weer als ondeugende hond die de lieflijke ontmoeting van een koppeltje komt verstoren. De cyclus voert ons mee van de Kaukasus over Mexico, China en weer terug. De proza-achtige
taal verenigt de dynamieken van een mythische natuurwereld met het menselijk alledaagse. Dominique Pauwels componeerde op deze teksten een muziekscore die even ongrijpbaar is als de wind zelf. Boreas (de liedcyclus) ging in première tijdens het Time Festival 2005 in Gent. De liederen worden nu herwerkt voor de gelijknamige podiumproductie.

Naar aanleiding van deze eerste liedcyclus schreef Yves Knockaert volgende tekst :

"Voor het eerst waagde Dominique Pauwels zich aan een liedbundel en voor het eerst schreef Stefan Hertmans poëzie vanuit de samenspraak met een componist. Het resultaat is Boreas, een bundel van tien liederen voor sopraan, vier tuba s en elektronica, waarin een dichter en een componist elkaars medium aftasten in een poging om gezamenlijk tot gezongen gedichten te komen. Een gezongen gedicht is iets anders dan een lied: de tekst was er niet eerst en het was bijgevolg ook niet zo dat daarna de muziek erop gekleefd werd. De dialoog tussen de twee artiesten was er eerst, dan kwam de tekstaanzet, dan was er weer dialoog en een flard muziek, dan wijzigden de tekst en de muziek, enzovoort.

Boreas of noorderwind, Boreas staat voor alle winden: de gedichten schetsen tien situaties in verschillende landstreken over de hele wereld, waarin de wind de centrale rol speelt. De wind die streelt, de verfrissende bries, de tegenwind, de stormwind en de zwarte bergwind. Vanuit de interesse voor de wind als fenomeen trof componist Pauwels dichter Hertmans. Uit een encyclopedische verzameling van zeshonderd winden had Pauwels er een veertigtal gekozen. In samenspraak met Hertmans zijn er daaruit tien overgebleven.

Verder gaf de dichter ook de componist vrij spel om woorden of verzen te herhalen of net niet te toonzetten of tekst tot ruisen en nonsens-fonemen uiteen te rafelen. Maar Pauwels heeft van die gelegenheid niet zoveel gebruik gemaakt: hij zoekt niet naar muzikale windeffecten en volgt de tekst meestal woordelijk. Bijna steeds is de tekst in zijn logische en verstaanbare verschijning bewaard. Pauwels wil zeker geen effecten opeenhopen. Hij liet Hertmans nu en dan een en ander horen, zodra hij met de muziek bij de eerste gedichten begon, waarop de dichter zich dan weer door die muziekschetsen heeft laten inspireren om zelf anders te gaan schrijven, waardoor de schrijfwijze van de componist dan weer beïnvloed werd. Die intense samenwerking en gezamenlijke opbouw tussen beide kunstenaars heeft een klein jaar in beslag genomen. Het creatieproces zelf kan je figuurlijk "onderworpen aan en bespeeld door de winden" noemen.

Zangstem en vier tuba s (rijk geschakeerd qua tessituur en timbre) hebben het om te beginnen van de adem, zoals de wind: ze moeten allemaal inademen en de klank uitademend en blazend vorm geven. De tubaspelers kunnen zelfs blazen en zingen tegelijk. Die analogie van adem en wind is er uiteraard, maar Pauwels wil die enkel vanuit zijn natuurlijkheid of fysische verschijning laten bestaan. Hij wil dat niet uitbeeldend gaan uitbuiten. Zijn muziek is niet klanknabootsend en zeker niet programmatisch schilderend. Zijn muziek is gedacht vanuit het compositorische verloop, over de anekdotiek van de typische mogelijkheden van de tuba heen. Meestal worden de proza-achtige gedichten gezongen in een ritme dat dicht bij het gesproken debiet aanleunt en in een melodie die een recietstijl zoekt, overeenkomstig het ritme. Zeldzaam zijn de versieringen en even moet de zangeres echt debiteren in plaats van zingen. Het ritme van de poëzie geeft daarbij de stimulans: de dynamiek van de gedichten wordt in muziek omgezet. Hertmans heeft licht evocatief geschreven vanuit de eigenschappen van de wind die hij in elk gedicht behandelde: hij heeft wel degelijk telkens een bepaalde en verschillende dynamiek nagestreefd. Soms beginnen een aantal opeenvolgende verzen met een identieke aanhef, soms is er een refreinzin in een vreemde taal.

Het elektronische gedeelte is computergestuurd en Pauwels omschrijft het als "mobielen", geluiden die zoals de wind door de ruimte kunnen bewegen. Maar ook hier gaat het niet om het uitbeeldende karakter van een rondgierende wind. Het luidsprekerveld versterkt in de eerste plaats de instrumenten en functioneert in de tweede plaats als een Grieks koor, dat vreemde elementen toevoegt als een soort commentaar op het geheel. Het elektronisch materiaal is op een metaniveau gelinkt aan de wind en aan de tuba s: geen nabootsing, maar een filosofisch getinte interpretatie van het gegeven "wind".

Hertmans vertelt graag deze anekdote: hij toonde een foto van een zwaar bewolkt landschap in Georgië aan Pauwels en vroeg of hij kon zien of er wind was of niet, en hoeveel wind er misschien wel was. Vanuit het idee dat wind op zichzelf niet waarneembaar is, maar enkel zichtbaar is als iets door de wind bewogen wordt of als de wind ergens tegenaan waait, of nog als een mens als subject "in de wind gaat" staan en de wind voelt, heeft het fenomeen
voor beide kunstenaars een heel eigen inhoud en invulling gekregen. Pauwels heeft een meer filosofische dimensie aan het gegeven wind gekoppeld en een globale benaderingswijze. Hertmans van zijn kant ging eerder uit van concrete feiten: de dichter beschrijft hoe de wind alles beweegt en de mens raakt. Hij spreekt van "een danseres van zand" of "je hals en handen maakt hij koel" of "je blaast heel zachtjes in mijn oor" of "ze zingt en draait en lijkt op wind" of "hij zendt ons de geur van liefde" of "hard is de rode wind op groene wangen" .

Maar de dichter raakt heel zeker ook de filosofische kant van de wind als hij winden noemt die "verdwijnen in de tijd" of de "warmte achterlaten" . Verder heeft de wind een emotionele kant, waarvan "hoe je zucht" en "liefje zucht" getuigen. Hertm
ans beseft dat hij in zijn medium poëzie nu eenmaal met concrete woorden moet werken, die anekdotisch zijn, en hij benijdt de componist wel even omdat die met abstracte klanken en geluiden mag omgaan. Hertmans beschrijft de benadering van zijn poëzie door Pauwels dan ook als "extatisch" omdat de componist probeert om heel grote bewegingen te scheppen, over alle anekdotiek heen.

Spanningsvelden tussen poëzie en muziek ontstonden tijdens het scheppingsproces omdat Hertmans en Pauwels niet enkel wilden, maar ook door hun eigen medium gedwongen werden om het fenomeen wind anders te benaderen. Alsof ze elkaar aanwaaiden, alsof de ene zijn wind liet waaien tegen de andere en omgekeerd, zodat ze door winden van een ander medium bewogen werden. Pauwels houdt bijvoorbeeld van een symmetrische werkwijze, ook al is die impliciet of ingebeeld en niet onmiddellijk hoorbaar. Die vormt zijn stevige formele achtergrond, waarop hij dan ingewikkelde elementen, zelfs zeer
gefragmenteerd, verstaanbaar kan situeren en communiceren, terwijl Hertmans in het vrije vers alles behalve symmetrisch werkt. Voor Pauwels werd het een zoektocht naar een mogelijke symmetrie binnen het asymmetrische van de poëzie. Hij spreekt dan ook liever van het "gezongen gedicht" dat hij heeft proberen te maken, waarbij de dichter veel belangrijker blijft dan als je spreekt van een "lied" .

De oorspronkelijke liedcyclus Boreas wordt nu grondig herwerkt als muziekscore voor de gelijknamige podiumproductie, een ontmoeting tussen dans, muziek en installatiekunst.

Yves Knockaert, 2005

Deze tekst werd ons bezorgd door Ann Overbergh van Muziektheater LOD