Drie componisten, drie meesterwerken : Hagen Quartett in Bozar

Dmitry Sjostakovitsj Drie van de vier leden van het Hagen Quartett zijn leden van hetzelfde gezin. Dat verklaart misschien de uitzonderlijke gelijkgestemdheid van het ensemble, dat nu al een kwarteeuw tot de beste internationale strijkkwartetten behoort. Op het programma drie verschillende perioden en stijlen: Mozart met een aan Haydn opgedragen strijkkwartet, Sjostakovitsj met zijn beroemde 8ste strijkkwartet (een requiem, opgedragen ‘aan de slachtoffers van de oorlog en het fascisme’), en finaal Schubert met zijn laatste. Kortom, drie componisten, drie meesterwerken.

Dmitri Sjostakovitsj’s Strijkkwartet Nr. 8 in c mineur (opus 110) werd geschreven in drie dagen : van 12 juli tot 14 juli in 1960. Het stuk kwam tot stand na twee traumatische gebeurtenissen in het leven van Sjostakovitsj geschreven: de diagnose van myelitis en het toetreden tot de Communistische Partij. De retoriek van Sjostakovitsj’ Achtste Strijkkwartet – zonder twijfel het meest populaire van de vijftien – kan op tegengestelde manieren worden geïnterpreteerd. Officieel droeg de componist het op aan de “nagedachtenis van de slachtoffers van het fascisme en de oorlog”, aldus de versie in de partituur. Hij schreef het na een bezoek aan het door de Tweede Wereldoorlog verwoeste Dresden. Uit één van de vele brieven aan Isaak Glikman – een theatercriticus en historicus uit St.-Petersburg – weten we echter dat het strijkkwartet privaat een andere ‘betekenis’ had; een ‘in memoriam’ dat de componist aan zichzelf opdroeg: “Ik moest eraan denken dat na mijn dood wellicht niemand een werk zou componeren ter herinnering aan mij. Daarom besloot ik zo’n werk zelf te schrijven. Op het titelblad zou je kunnen schrijven: ‘Ter nagedachtenis aan de componist van dit kwartet’. Hoofdthema van het kwartet vormen de tonen D-Es-C-H, mijn initialen (D. Sch.). (…). De pseudo-tragiek van dit kwartet is zo groot dat bij het componeren mijn tranen zo overvloedig stroomden als urine na een half dozijn glazen bier. Toen ik thuiskwam, probeerde ik het tweemaal te spelen en opnieuw vloeiden tranen. Deze keer echter niet vanwege de pseudo-tragiek, maar uit verbazing over de prachtige eenheid van de vorm.”

Sjostakovitsj’ sarcasme spreekt uit elke zin. Alles wijst erop dat de componist een onderscheid maakt tussen een politiek correcte omschrijving voor de openbaarheid – de aanklacht van de naziterreur en de daaruit voortvloeiende ravages – en Dmitri Sjostakovitsj ca. 1960 een private betekenis. Dat hij citeert uit eigen werk is makkelijk te verklaren uit de vermelde autobiografische intentie. Toch zijn de diepere gronden voor de specifieke keuzen die hij maakt – zelf heeft hij het over een “allegaartje” – niet zo duidelijk. Waarom laat de componist bijvoorbeeld in het voorlaatste deel de door Lenin geliefde revolutionaire hymne ‘Gekweld door bittere gevangenschap’ overgaan in het zoete liefdesmotief (‘Serjozja, mijn liefste’) uit de opera ‘Lady Macbeth van Mtsensk’ – een werk dat hem eertijds de banvloek van het Stalinistische regime opleverde en dat zowat het grootste drama in zijn carrière veroorzaakte? En wat te denken van het joodse thema uit zijn Tweede Pianotrio dat geciteerd wordt in het frenetieke tweede deel? In officiële termen waren de slachtoffers van het fascisme alleen maar Russen en zeker niet joden. Door de overheid werden joden in de periode 1948-’52 massaal gearresteerd als onderdeel van antisemitische campagnes. Precies in die periode maar ook in de jaren 1959-’63 verwerkte Sjostakovitsj regelmatig joodse elementen in zijn muziek. Als provocatie konden de toespelingen nog nauwelijks werken; daarvoor zijn ze te beknopt en te subtiel. Onder Chroestsjov was er ook een relatieve dooi ingetreden; de tijden waren veranderd. Sjostakovitsj heeft vooral zijn eigen tragedie neergeschreven. In 1960, het jaar waarin dit strijkkwartet ontstond, was hij lid geworden van de Communistische Partij – een vorm van overleven in een maatschappij waarin hij nu eenmaal moest functioneren. In zijn muziek zocht hij bevrijding, een catharsis. Gekweld door een innerlijke tweestrijd knoopte hij aan bij een traditie uit de Russische (kamer)muziek, die van de funeraire instrumentale muziek. Denken we maar aan Rachmaninovs ‘Trio élégiaque’ ter nagedachtenis van Tsjaikovski of aan Tsjaikovski’s eigen ‘in memoriam’ voor de violist Ferdinand Laub in zijn Derde Strijkkwartet. Een traditie waartoe Sjostakovitsj’ Tweede Pianotrio, geschreven ter nagedachtenis van Ivan Sollertinski – een muziekkenner en -criticus aan wie de componist veel te danken had – eerder een bijdrage had geleverd.

Ondanks de vele citaten doet het Achtste Strijkkwartet niet collage-achtig aan. Sjostakovitsj is volledig meester over zijn middelen en levert een partituur af die uitmunt in economie en raakheid. Lethargisch door het overwicht van largo’s. Desolaat en knarsetandend.

Programma :

  • Wolfgang Amadeus Mozart, Strijkkwartet, KV 428
  • Dmitry Sjostakovitsj, Strijkkwartet nr. 8, op. 110
  • Franz Schubert, Strijkkwartet nr. 15, op. 161, D 887

Tijd en plaats van het gebeuren :

Hagen Quartett : Mozart, Sjostakovitsj, Schubert
Dinsdag 29 maart 2011 om 20.00 u
(Inleiding door David Baeck om 19.30 u )
Bozar – Henry Le Boeufzaal
Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be

Bron : tekst programmaboekje Piet De Volder voor deSingel, december 2007

Extra :
Dmitri Sjostakovitsj op nl.wikipedia.org en youtube
Dmitri Sjostakovitsj (1906 – 1975): Strijd om de geestelijke integriteit, Jan De Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Leven en werk van Dmitri Sjostakovitsj (1906-1975)‘, T.Claerhout op www.liberales.be

Elders op Oorgetuige :
Front Line : reflectie over de gruwelen van de oorlog, 19/09/2008

Beluister alvast het eerste deel uit Dmitry Sjostakovitsj, Strijkkwartet nr. 8, op. 110

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=gSoKpCXWF0Q&w=425&h=349]

deel 2

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=ZRyfJiQEwwM&w=425&h=349]

en deel 3

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=fSNvdJZbUrI&w=425&h=349]