Integrale uitvoering van de strijkkwartetten van Helmut Lachenmann tijdens Hölderlinweekend in Brugge

Helmut Lachenmann Dit weekend kan je in het Concertgebouw Brugge terecht voor een integrale uitvoering van de strijkkwartetten van Helmut Lachenmann (foto), één van de belangrijkste componisten van het moment. Tijdens het Hölderlinweekend speelt het Danel Kwartet zijn drie grote kwartetten, samen met werk van Beethoven, Nono en Schumann. Het Hölderlinweekend begint op vrijdag 3 juni met een afzonderlijke lecture-performance door pianist Jan Michiels. Op zaterdagnamiddag is er een gesprek met Helmut Lachenmann gevolgd door een concert. Zaterdagavond is er opnieuw een concert, net als op zondagvoormiddag. Het concert van de zondagnamiddag wordt voorafgegaan door een lezing door Stefan Hertmans over ‘Hölderlin en de goden van onze tijd’.

Voor romantische componisten was Beethoven een god. Hij was de ‘Einzelgänger’ die het wezenlijke kenmerk van goede muziek had gerealiseerd : originaliteit. “Vrijheid, verdergaan is in de kunst, net als in de hele schepping, het doel”, schreef Beethoven ooit in de lijn van het Duitse idealisme van de jonge Friedrich Hölderlin – één van de belangrijkste dichters van de Duitse romantiek – die in zijn roman ‘Hyperion’ toonde hoe echte vrijheid slechts door schoonheid wordt verwezenlijkt. De muzikale weg die Beethoven insloeg, werd in de negentiende eeuw gevolgd door Schumann en veel later ook nog door hedendaagse componisten als Helmut Lachenmann en Luigi Nono. Net als Schumann in zijn strijkkwartet in F, alludeerde Nono aan een van Beethovens late kwartetten in zijn door Hölderlin geïnspireerde ‘Fragmente – Stille, an Diotima‘. Beethovens muzikale drang naar vernieuwing en zijn prometheïsche geloof dat kunst de wereld kon veranderen, ging gepaard met een klassiek vormgevoel. Toen Schumann zijn kwartetten in 1842 concipieerde, schafte hij zich de partituren van Beethovens kwartetten aan. Geen wonder dat de strenge opbouw van Schumanns kwartetten aan Beethovens absolute muziek herinnert. De ritmische en harmonische ambiguïteit en introverte lyriek typeert dan weer de romanticus Schumann, die net als Hölderlin ‘umnachtet’, geestesziek, zou sterven.

Helmut Lachenmann werd geboren te Stuttgart in 1935 en studeerde er aan de Musikhochschule tussen 1955 en 1958. Zijn interesse voor de toenmalige avant-garde werd versterkt door zijn eerste bezoek aan de Darmstadt Ferienkurse in 1957 waar hij voor het eerst Luigi Nono onmoette met wie hij zou verder studeren in Venetië tussen 1958 en 1960. Later kruist zijn pad de figuur van Stockhausen tijdens de Kölner Neue Musik Kurse. Met een extreme radicaliteit stelt de muziek van Lachenmann elke luisterconventie in vraag. Vanuit een schijnbare geborgenheid wil Lachenmann doorstoten tot de werkelijkheid van de ongeborgenheid om de rijkdom aan nog onvermoede ervaringen te openbaren. Schoonheid door het afwijzen van gewenning, kunst als een openlijk verzet tegen traditionalisme en formalisering. Wat een componist immers moet verwezenlijken is een nieuwe vorm van horen: een situatie van bevrijde waarneming en dit door een volledig nieuwe belichting en een herdefiniëring van het vertrouwde. Componeren gaat voor Lachenmann ook veel verder dan het tautologisch benutten en herschikken van wat aan expressiviteit reeds voorhanden is: het is geen ‘samenstellen’, wel een ‘uit elkaar halen’. Alle traditionele structuren en middelen worden onderworpen aan een compromisloos deconstructieproces: Lachenmann bouwt nieuwe instrumenten, laat ze ruisen, krassen, spreken. Eerst ziet men een stuk van hem, vervolgens hoort men het. De musici schijnen zich hierbij te bekwamen in absurde handelingen die nog in het pre-muzikale terrein liggen. Langzaam tast Lachenmann deze ruimte af en de luisteraar is als een blinde die zich pas geleidelijk weet te oriënteren.

Lachenmann’s drie strijkkwartetten overspannen een periode van drie decennia. Zijn benadering van het genre veranderde wel enigszins in de loop der jaren. Helmut Lachenmann : ” Gran Torso was het eerste werk waarin ik mijn idee van de zogenaamde ‘musique concrète instrumentale’ naar een compositie vertaalde zonder gebruik te maken van ‘exterritoriale’ geluiden, dus met zuiver instrumentale middelen. In de composities die ik daarvoor schreef, gebruikte ik voorwerpen als radio’s, droge takken en emmers met water om de fysieke energie te articuleren als het meest bepalende aspect van klank en klankprocessen. Nadat ik dit ‘strijkkwartet in mijn leven’ had geschreven – dat ik opvatte als een landschap in transformatie – was ik zeker dat ik nooit nog een ander zou schrijven. Deze citroen was als het ware uitgeperst.
Toen ik 18 jaar later – in 1989, dus in mijn ‘latere leven’ – gevraagd werd een nieuw kwartet te schrijven, was er maar één manier om mijn idee-fixe van een energetische klank te behouden zonder mezelf te herhalen. Ik focuste op één element: de zogenaamde ‘flautato’-techniek, waarbij bijna geen boogdruk wordt uitgeoefend en waardoor enkel de toonhoogtes kleur geven aan de verschillende wrijvingsgeluiden. Het was meteen vrij duidelijk dat een dergelijk principe radicaal getransformeerd moest worden van de pure wrijvingsgeluiden naar het tegenovergestelde: een landschap van pizzicato impulsen.
In mijn derde strijkkwartet (Grido, 2001) leefde de idee van ‘musique concrète instrumentale’ nog steeds, maar dan in andere richtingen, die ik vroeger had vermeden. Het blijven zoeken naar nieuwe klanken is voor mij eerder een natuurkundig dan een artistiek idee. Het doel was nooit om nieuwe klankeffecten te vinden, maar wel om een nieuwe perceptie te vinden die kan leiden tot ongewone manieren van klank- of geluidsproductie, en die tegelijk min of meer vertrouwde klankelementen in een ander daglicht kan stellen. Zo is het laatste deel van Grido een soort gigue, waarbij het typische gigueritme slechts een soort skelet is voor een energetisch geladen prestissimo.” (*)

Lecture-performance Jan Michiels : Schumann, Hölderlin & de 20ste eeuw – vrij 3/06 om 20.00 u
Het Hölderlinweekend begint op vrijdag 3 juni met een afzonderlijke lecture-performance door pianist Jan Michiels. Robert Schumann en de geniale dichter Friedrich Hölderlin hadden zowel wat hun biografie als hun werk betreft heel wat gemeen. Pianist Jan Michiels gaat na waarom de aforistische late werken van beide kunstenaars vooral aan het einde van de 20ste eeuw heel wat componisten hebben beïnvloed, onder wie Luigi Nono, Wolfgang Rihm en György Kurtág.

Gesprek met Helmut Lachenmann / concert – za 4/06 om 15.00 u
Helmut Lachenmann (1935), Strijkkwartet nr. 1 ‘Gran Torso’

In zijn eerste strijkkwartet ‘Gran Torso‘, (1971-72) bouwde Lachenmann een grote vorm volledig op met alternatieve, ‘concrete’ klanken (fluit- en krastonen door respectievelijk onder- en overdruk van de boog, bestrijken van kam, snarenhouder of klankkast in plaats van de snaren, enzovoort). In het werk komt een ‘normale’ viool-, altviool- of celloklank niet voor, op de enkele keer dat men aan de snaren plukt na.

Toelichting Helmut Lachenmann Gran Torso, Frank Madlener op www.arsmusica.be
Helmut Lachenmann, Gran Torso op nl.wikipedia.org

Concert Dane
l Kwartet : Beethoven, Schumann, Nono – za 4/06 om 20.00 u
(inleiding door Maarten Beirens om 19.15 u )

Programma :

  • Ludwig van Beethoven (1770-1827), Strijkkwartet opus 18, n.t.b.
  • Robert Schumann (1810-1856), Strijkkwartet in a, opus 41 nr. 1
  • Luigi Nono (1924-1990), Fragmente-Stille, an Diotima

De Italiaanse componist Luigi Nono (1924 – 1990) was één van de centrale figuren binnen de naoorlogse avant-garde. Maar steeds was hij zijn eigen weg gegaan, en werden zijn composities in de eerste plaats gekenmerkt door een fel politiek-maatschappelijk engagement. Met ‘Fragmente-Stille, an Diotima‘ tekende Nono echter voor een minder provocatieve, meer verinnerlijkte muziek, zonder daarbij evenwel zijn geëngageerde idealen uit het oog te verliezen. Tenslotte, zo zei hij, wordt elke revolutie in de eerste plaats gedragen door een groot gevoel van liefde.

En zo droeg Nono zijn eerste strijkkwartet op aan de liefde: an Diotima, pseudoniem voor Susette Gontard, de eeuwige geliefde en muze van Friedrich Hölderlin. Zoals wel meerdere componisten eind jaren ’70 ontwikkelde namelijk ook Nono een grote interesse voor het werk en het denken van deze romantische dichter, die bovendien een exacte tijdgenoot van Beethoven was. Vooral de subtiele variaties in zijn poëzie, teweeggebracht door kleine veranderingen in ritme, kleur of semantiek, die het geheel plotseling in een volledig nieuw licht plaatsen, fascineerden de componist, die ook in zijn muziek op zoek ging naar deze fijnzinnige nuances. 
 
Niet de grote gebaren kenmerkent dit werk, maar eerder de kleine geste die een grootse boodschap uitdraagt. De fragiliteit van deze muziek dwingt de luisteraar tot opperste concentratie, tot een actief luisteren dat zijn eigen grenzen overschrijdt. Tot men tenslotte daar komt, waar men ook de stilte hoort.

Het strijkkwartet ‘Fragmente-Stille, an Diotima’ kwam er op expliciete vraag van het LaSalle Quartet. De componist deed er erg lang over. De première vond plaats op 2 juni 1980 in het kader van het 30ste Beethovenfest. De titel alleen al en het feit dat het werk ‘mit innigster Empfindung’ aan hen werd opgedragen verraadt dat het om fragiele muziek gaat die ons tot opperste concentratie dwingt.

Fragmente-Stille. An Diotima van Lachenmann’s leermeester Luigi Nono is één van de belangrijkste strijkkwartetten uit de 20ste eeuw. Wat maakt dit werk zo uniek? Helmut Lachenmann : “Vandaag is het onmogelijk om in een paar woorden iets te zeggen over dit ongelooflijke werk waarin tijd, stilte en klank een wereld van oneindige dimensies articuleren. Dit is in ieder geval ‘het strijkkwartet in Nono’s leven’. Alle typische bewegingen en gestes uit Nono’s orkestmuziek – de fanfares van koperblazers, percussieve elementen, de klemtoon op het melodische – zijn terug te vinden in dit kwartet, maar dan in een radicaal getransformeerde vorm. De inzet van de twee violen is al meteen een soort vervormde fanfare, in een compleet veranderde context. Ik zou het kunnen uitdrukken als ‘dit is geen muziek’, maar dat zou verkeerd begrepen kunnen worden. Het is een open klanktoestand die niets uitdrukt, en dat ‘niets’ is sterker, expressiever en raakt meer dan om het even welke superexpressieve muziek van voor en na Nono. Nono gaf de idee van muziek een nieuwe en open dimensie. ” (*)

Concert Danel Kwartet : Beethoven, Lachenmann, Schumann – zo 5/06 om 11.00 u (inleiding door Maarten Beirens om 10.15 u )

Programma :

  • Ludwig van Beethoven, Strijkkwartet nr. 10 in Es, opus 74 ‘Harp’
  • Helmut Lachenmann, Strijkkwartet nr. 2 ‘Reigen seliger Geister’
  • Robert Schumann, Strijkkwartet in F, opus 41 nr. 2

Helmut Lachenmann over ‘Reigen seliger Geister’ : Reigen seliger Geister (Reidans van gelukzalige geesten) – perceptiespel: klanken uit de ‘lucht’ gegrepen – ‘lucht’ uit de klanken geperst. Nadat ik in mijn eerste strijkkwartet Gran Torso de exterritoriale wateren van de instrumentale klankvorming heb verkend – waar anderen nu hun pleziertochten kunnen maken – grijp ik in dit stuk terug op intervalstructuren (‘tekst’), dienend als ‘façade’, als ‘voorwendsel’ (‘pre-tekst’) om bij de realisering ervan de natuurlijke akoestische grenzen van de voortgebrachte klank – zijn timbre-articulatie, demping – bij het wegsterven, bij het afstoppen van de trillende snaar (maar bijvoorbeeld ook de fluctuatie van het element ruis die de strijkstok zwervend tussen sul ponticello en sul tasto teweegbrengt) door het ‘dode’ klankweefsel heen tot levend object van de ervaring te maken.
Zo worden speeltechnisch bepaalde handelingsgebieden gecreëerd, gewijzigd, opgedeeld, verlaten, verbonden. Het pianissimo fungeert als kader voor een veelvoudig fortissimo possibile van onderdrukte tussenwaarden: figuren die door het verplaatsen van de strijkstok in toonloze ruis wegzinken of eruit opduiken, het pizzicato dat ondanks zijn vluchtigheid ook nog eens voortijdig gedeeltelijk wordt afgedempt, ‘uitgefilterd’. Zo men wil: een pleidooi van de verbeelding voor de nieuwe kleren van de keizer.”

Toelichting Helmut Lachenmann Gran Torso, Frank Madlener op www.arsmusica.be
Helmut Lachenmann, Reigen seliger Geister op nl.wikipedia.org

Lezing door Stefan Hertmans : Hölderlin en de goden van onze tijd – zo 5/06 om 14.00 u

Concert Danel Kwartet : Beethoven, Lachenmann, Schumann – zo 5/06 om 15.00 u

Programma :

  • Ludwig van Beethoven, Strijkkwartet nr. 15 in a, opus 132
  • Helmut Lachenmann, Strijkkwartet nr. 3 ‘Grido’
  • Robert Schumann, Strijkkwartet in A, opus 41 nr. 3

Zoals voor vele andere werken heeft Lachenmann ook voor ‘Grido‘ verschillende versies geschreven. De eerste versie dateert uit 2000-01, de definitieve versie uit 2002, en in 2004 werd nog een uitvergrote versie gecreëerd voor achtenveertig strijkers (‘Double. Grido II’). Stilistisch is dit Derde Strijkkwartet de synthese van de vorige twee kwartetten. In zijn eersteling (‘Gran Torso’, 1971-72) bouwde Lachenmann een grote vorm volledig op met alternatieve, ‘concrete’ klanken (fluit- en krastonen door respectievelijk onder- en overdruk van de boog, bestrijken van kam, snarenhouder of klankkast in plaats van de snaren, enzovoort). Het Tweede Strijkkwartet (‘Reigen seliger Geister’, 1989) was een oefening in concentratie op de zachte klankregisters. In ‘Grido’ tenslotte brengt Lachenmann alle registers samen, waardoor zijn klankwereld ongemeen rijk wordt. Een strijkkwartet waarin op zo’n fantasievolle, poëtische manier met sonoriteit wordt omgesprongen, is hoogst uitzonderlijk en een geschenk aan de luisterende mensheid.

Helmut Lachenmann, Grido op nl.wikipedia.org

Tijd en plaats van het gebeuren :

Hölderlinweekend
Van vrijdag 3 t.e.m. zondag 5 juni 2011
Concertgebouw Brugge

‘t Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be

Bronnen :
(*) Hölderlinweekend. Het strijkkwartet in het leven van Helmut Lachenmann. Interview met Helmut Lachenmann, Klaas Coulembier in het Concertgebouwmagazine, jaargang 9, nummer 2, april-juni 2011, p.8-9
Guy Vandromme voor deSingel, februari 2003
Stephan Weytjens voor deSingel, september 2004

Extra :
Helmut Lachenmann op www.arsmusica.be en youtube
Thinking About Helmut Lachenmann, Dan Albertson op www.lafolia.com, november 2004
Gegen die Vormacht der Oberflächlichkeit, Interview met Helmut Lachenmann, Claus Spahn in Die Zeit, 29/04/2004
Luigi Nono : www.luiginono.it, www.arsmusica.be, d-sites.net en youtube
Luigi Nono : Antifascist, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl
Luigi Nono: een hedendaags Italiaans componist, Harry Mayer op www.mayertjes.nl, 19/12/2006
Luigi Nono: on what would have been the composer’s 80th birthday, John Warnaby reflects on his life and music, John Warnaby op www.musicweb-international.com, 2004

Elders op Oorgetuige :
Danel Kwartet op het scherp van de snee op openingsdag Ars Musica, 25/02/2011

Beluister alvast het eerste deel uit Helmut Lachenmann’s Strijkkwartet nr. 2 ‘Reigen seliger Geister’ (1988-89)

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=ZSEUkKbYfWI&w=500&h=305]

het eerste deel uit Helmut Lachenmann’s Strijkkwartet nr. 3 ‘Grido’

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=Yb8wUXkS9So&w=500&h=305]

en het eerste deel uit Luigi Nono’s ‘Fragmente-Stille, an Diotima’ (1980)

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=escEnvq_GsI&w=500&h=305]