Kerkko Koskinen brengt jazzy ode aan Agatha Christie

Kerkko Koskinen De verhalen van Agatha Christie, een ambitieuze Finse componist en het Brussels Jazz Orchestra, dat klinkt als een gouden combinatie. Kerkko Koskinen (foto) lag in de jaren ’90 aan de basis van een 17-koppige Finse rockband, maar vindt zijn gading nu eerder in de jazz. Op zoek naar een grootse sound werkt hij samen met het Brussels Jazz Orchestra, voor de gelegenheid uitgebreid met I Solisti del Vento, het belangrijkste blazersensemble van België, en trompettist Alex Sipiagin (Mingus Big Band, Dave Holland). De muziek van Koskinnen staat op de kruising van Gil Evans, Henry Mancini en Ennio Morricone aan de ene kant en Dimitri Sjostakovitsj en Igor Stravinski aan de andere kant. Hij is een geniaal orkestrator die al deze invloeden omzet in een eigen muzikale taal.

Voor ‘Agatha’ gebruikte de Finse componist Kerkko Koskinen (1973) de verhalen van Agatha Christie als uitgangspunt. Het is geen verklanking van de plot van een verhaal, noem het eerder een eerbetoon aan één van zijn idolen. Voor ‘Agatha’ heeft hij de ideale combinatie gevonden om zijn klankuniversum te realiseren: een jazzorkest uitgebreid met drie hoorns, hobo, fluit en drie percussionisten aangevuld met solotrompet. Poëzie en andere non-muzikale bronnen spelen een belangrijke rol in Koskinens compositorisch proces. Zo schreef hij muziek gebaseerd op teksten van Hikmet, Akhmatova en Garcia Lorca.

Kerkko Koskinen is van vele markten thuis. In 1994 richtte hij samen met Olli Virtaperko de popband Ultra Bra op. Het was het begin van een, althans naar Finse normen, successtory. De band bestond uit dertien leden, waaronder een vocaal kwartet, was zeer politiek bewust en slaagde erin een origineel geluid af te leveren. Dit ondanks het mainstream popgenre waarin men zich bewoog. Toen al kon Koskinen, de songsmid van de band, zijn fascinatie nauwelijks verhullen voor volle akkoorden ondersteund door een stevig instrumentarium. Na twee vergeefse pogingen om geselecteerd te worden als de Finse inzending voor het Eurovisiesongfestival en vijf albums, maakte Ultra Bra in 2001, omstuwd door duizenden fans, een eind aan een intens muzikaal avontuur.

Dit eindpunt betekende meteen het beginpunt van een frenetieke activiteit bij Koskinen. Meer en meer gooide hij zich op het ‘ernstig’ componeren waarbij vooral zijn aandacht voor filmmuziek niet onderschat mag worden. En eigenlijk is ‘Agatha’ een logische voortzetting van deze evolutie: muziek met grote filmische kwaliteiten, echter zonder film op het doek. Dat de componist voor de titel van zijn werk de voornaam van Agatha Christie leende, geeft immers direct aan welke filmische aspecten hij in deze muziek wou benadrukken. Zonder daarom letterlijk een transpositie te zijn van een thriller of al evenmin een muzikale evenknie van ‘Moord op de Oriënt Express’ of ‘Tien kleine negertjes’ te willen zijn, is er een duidelijke, bijna verhaalsmatige structuur in de diverse stukken die niet zo ongewild een spannend moordverhaal parafraseert.

Van bij de eerste noten in dit stuk wordt je meegesleurd door het rauwe exhibitionisme dat een ‘full blast’ big band kan tentoonspreiden. Koskinen’s bijna megalomanie sleurt je mee in een wervelende geluidsstorm: zonder schroom etaleert hij van bij de eerste maten zijn invloeden. Pianisten en pianoliefhebbers in het publiek zullen ongetwijfeld riffs in de stijl van Tsjaikovski of Rachmaninov horen, zeker in de bijna bombastische piano arpeggio’s Maar deze namen maken zeker niet het enige spectrum uit: ook Sjostakovitsj is noch min noch meer aanwezig met quasi repetitieve elementen uit zijn vijftien symfonieën. De componist die je er echter nog het sterkst doorhoort, zonder daarom te vervallen in een flauw afkooksel, is zeker Igor Stravinsky en dan vooral het genie van de grote balletten zoals ‘Le Sacre du Printemps’ of ‘Petrouchka’. Twee facetten springen daarbij in het oog. Eerst en vooral de instrumentatie. Let bijvoorbeeld eens op de elegische, modale en zeer Stravinskyaanse soli voor hobo en Engelse hoorn. Waar Stravinsky in zijn ‘Sacre’ het ook aandurfde diverse thematieken zonder ogenschijnlijk verband naast elkaar te plaatsen, is voor Koskinen een organische uitwerking van thema’s, zijmotieven en dergelijke geen prioriteit. De techniek om zaken soms abrupt naast elkaar te plaatsen is duidelijk overgenomen uit de popmuziek, waar lange muzikale bogen door de compactheid van het genre bijna uitgesloten zijn. Door sterke contrasterende elementen naast elkaar te plaatsen, meestal zelfs alleen aaneengelijmd door brutale overgangen, verkrijgt Koskinen een zeer persoonlijke, bij wijlen ongenadig harde taal die echter zeer beklijvend werkt. We zouden de componist echter compleet oneer aandoen door niet te verwijzen naar wat wellicht de grootste inspiratiebron is: bij echte jazzliefhebbers zal de combinatie trompet solo en bigband natuurlijk steevast herinneringen oproepen aan dat andere ideale partnership van componist/solist uit de jazzgeschiedenis: Gil Evans en Miles Davis. Ook hier, en zoals in het illustere voorbeeld, zal er een subtiel evenwicht moeten gezocht worden tussen de meer architecturale composities van Koskinen en het fijn lyrische trompetspel van solist Alex Sipiagin. Maar het zijn zeker niet alleen reminiscenties aan die twee jazzgoden die je in Koskinen’s muziek ontwaart: ook Lalo Schifrin en zelfs Henry Mancini duiken op. Het sleutelwoord in Koskinen’s muziek blijft echter communicatie: daarvoor gebruikt hij ook tekst. In vroegere werken componeerde hij muziek op teksten van onder meer Anna Akhmatova en Federico Garcia Lorca maar ook in enkele nummers van ‘Agatha’ vinden we tekst terug. Tekst die op zijn beurt gepareerd wordt door lyrische trompetsoli. Koskinen is er in geslaagd met ‘Agatha’ een muzikale verfilming te realiseren die voorlopig zeker als zijn magnum opus kan aanzien worden: de sterke gelaagdheid, immense verscheidenheid van tekstuur en vooral de bijna ritmische oerdrift die van deze muziek uitgaat maakt het tot een bijzondere luisterervaring.

Maar niet alleen Koskinen staat op het programma tijdens dit concert: ook een van de ‘founding fathers’ van het BJO komt aan bod, Bert Joris. Over het korte werk waarmee dit concert begint zegt hij zelf het volgende: “De compositie ‘Mr Dado’ is gnspireerd op een ouder werk van mij dat ik voor het BJO componeerde, ‘Mr Dodo’. Dit werk dateert van ongeveer twintig jaar geleden en is ondertussen over heel de wereld uitgevoerd door tal van big bands. In kleinere bezetting heb ik het ook jarenlang uitgevoerd met de man aan wie ik dit werk heb opgedragen, de Italiaanse pianist Dado Moroni. Ik voelde de drang om het in een nieuw kleedje te steken en te zien hoever ik kon gaan niet de herwerking. Het resultaat is ‘Mr Dado’ geworden. Zowel melodisch, harmonisch als vormelijk heb ik geprobeerd de oude compositie in een nieuw daglicht te plaatsen, in de hoop dat ze nieuwe inspiratie kan bieden aan de uitvoerders en luisteraars”.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Brussels Jazz Orchestra & I Solisti del Vento : Kerkko Koskinen
Woensdag 21 december 2011 om 20.00 u
Kunstencentrum Vooruit – Gent

Sint-Pietersnieuwstraat 23
9000 Gent

Meer info : www.vooruit.be, www.brusselsjazzorchestra.com en www.isolistidelvento.be
———————————-
Donderdag 22 december 2011 om 20.00 u (inleiding Piet Van Bockstal om 19.15 u)
deSingel – Antwerpen
Desguinlei 25
2018 Antwerpen

Meer info
: www.desingel.be, www.brusselsjazzorchestra.com en www.isolistidelvento.be

Bron : tekst Piet Van Bockstal voor deSingel, december 2011

MaisonDahlBonnema in dialoog met nieuwe media in concert vol hartenkreten

Analysis - the Whole Song Analysis – the Whole Song‘ vormt het sluitstuk van een drieluik rond hedendaagse opera. Na ‘The Ballad of Ricky and Ronny – a Pop Opera’ (2007) en ‘Ricky and Ronny and Hundred Stars – a Sado Country Opera’ (2010) gaat MaisonDahlBonnema nu een dialoog aan met de nieuwe media.

Het wordt een reis door tijd en ruimte waarbij de protagonisten, Ricky en Ronny, in verschillende historische situaties belanden en de confrontatie aangaan met iconische figuren uit de geschiedenis. Het wordt een hedendaags poëtisch, mythisch en religieus verhaal, een spirituele queeste vol vragen en ontmoetingen, waarin de hele menselijke geschiedenis mee vibreert. Hans Petter Dahl zorgt voor de muzikale compositie en Anna Sophia Bonnema schrijft de teksten. Verwacht een concert vol hartenkreten.

MaisonDahlBonnema is het duo Hans Petter Dahl en Anna Sophia Bonnema. Deze twee artiesten vervullen sinds 1999 een belangrijke rol in de producties van Jan Lauwers & Needcompany. Hans Petter Dahl legde een parcours af als medeoprichter en performer van de Noorse cult-groep Bak-Truppen.

In 1995 richtten Dahl en Bonnema de performancegroep Love & Orgasm op. Sindsdien hebben ze een tiental performances ontwikkeld op het kruispunt van gecomponeerde muziek, beeldende kunst, literatuur en theater, als duo of in samenwerking met andere kunstenaars. Dahl en Bonnema herdefiniëren zich voortdurend: van Love & Orgasm over L&O Amsterdam tot MaisonDahlBonnema – geopend in 2003 als een virtueel concepthuis dat nieuwe collecties gedachten lanceert in de vorm van kleding, muziek, video en tekst.

Hun performances getuigen van een radicale keuze voor het autonoom naast elkaar plaatsen van de verschillende theatrale middelen. Ook het publiek zelf maakt meer dan eens deel uit van de algehele setting. Alles wordt uitgewerkt door Dahl en Bonnema zelf: het schrijven van tekst, het componeren van muziek, het bepalen van de vormgeving, het spelen zelf.

Tijd en plaats van het gebeuren :

MaisonDahlBonnema : Analysis – the Whole Song
Woensdag 21 en donderdag 22 december 2011 om 20.30 u
Kaaistudio’s – Brussel

Onze-Lieve-Vrouw van Vaakstraat 81
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be en www.needcompany.org

Review : Ictus, Jérôme Combier & Johan Leysen, Austerlitz

Austerlitz Op 14 november ll. bracht het Brusselse ensemble Ictus samen met de acteur Johan Leysen ‘Austerlitz’ van de Franse  componist Jéröme Combier (°1971).  Hij baseerde zich voor de muziek, het concept en het scenario op het gelijknamige boek uit 2001 van de Duitser Winfried G. Sebald (1944 – 2001).  Daarin wordt het levensverhaal verteld van Jacques Austerlitz, die als jong joods kind Praag ontvlucht en opgroeit bij een dominee en diens vrouw in Wales.

Op de scene is één acteur aanwezig, Johan Leysen, die afwisselend twee rollen vertolkt, namelijk die van de verteller die uitweidt over zijn ontmoetingen met Autsterlitz en die van de bejaarde Austerlitz die terugblikt op zijn leven. Achteraan op het podium zitten de muzikanten van Ictus. Het decor betaat uit verscheidene panelen die in verschillende constellaties worden gehangen en waarop foto’s en filmpjes worden geprojecteerd met de bedoeling om op die manier reële plaatsen op te roepen.

Hoewel ik het boek van Sebald niet heb gelezen, heb ik het vermoeden dat Combier de tekst en de geest ervan vrij nauwgezet volgt. Alleszins komt het over als een samenhangend geheel. De tekst is behoorlijk anekdotisch en gedetailleerd, maar de kracht die er van uitgaat ligt veeleer in de dingen die het niet benoemt, namelijk een diepe droefheid en eenzaamheid. En uiteraard ben je je er de gehele tijd van bewust dat het over de gruwel gaat die tijdens de tweede wereldoorlog ondermeer aan de joden zijn aangedaan, hoewel dat haast nooit als dusdanig wordt vermeldt.  Dat is een teer punt in de tekst en de voorstelling. Combier geeft in ieder geval blijk van het feit dat hij er zich van bewust is dat het hier om een kies onderwerp gaat. Maar door zo verregaand te gaan impliciteren ontstaat het gevaar dat de relatief banale beschrijvingen van de hoofdfiguur primeren op het beoogde aanwezig stellen van een onnoemelijk lijden. Soms krijg je daardoor een trivialisering, soms helemaal niet en grijpen de woorden je naar de keel.

Eenzelfde gevoel heb ik bij de muziek van Combier. Die is over de gehele lijn erg ingetogen en geconcentreerd, maar ook hier krijg je soms een zeer nadrukkelijke anektdotisering. Zo weerklinkt telkens bij de beelden van een station wel een of andere imitatie van een stoomtrein, of bij de verwijzing  naar de dood weerklinken in de piano doodsklokken. Ik vind dat jammer, omdat hij zo de rest van zijn muziek ook een beetje degradeert tot soundtrack. Terwijl ze volgens mij zelfstandig genoeg is. Maar die onduidelijkheid ligt intrinsiek al vervat in het concept van de voorstelling zelf. Ik heb me de hele voorstelling afgevraagd waar ik nu eigenlijk naar aan het luisteren of kijken was. Een paar momenten niet te na gesproken wordt er in de voorstelling geen echte samensmelting van verschillende media bereikt. Of die beoogd werd weet ik niet. Ofwel ligt de klemtoon op de muziek ofwel op de spreekstem. Het beeld, de scenografie blijft hoe dan ook sterk op de achtergrond. Ook het acteren van Leysen wordt tot het absolute minimum beperkt. Eigenlijk had ik vaak de indruk naar een hoorspel te luisteren. Natuurlijk, als je opteert om veel tekst te gebruiken, is de acteur veel aan het woord. Eén van de kernaspecten van de voorstelling, de relatie tussen realiteit en fictie, geheugen en leugen wordt bijna uitsluitend door het woord gedragen, terwijl je hier het beeld nadrukkelijker zou kunnen gebruiken. De technische middelen daarvoor waren aanwezig, maar werden artistiek niet uitgewerkt. De vraag blijft: was dit nu theater of muziektheater, of geen van beide. Enerzijds had je wel de verwijzing naar de muziektheatertraditie door de bezetting, die – afgezien van de trombone – met spreker, piano, cello, altviool, trombone, fluit en klarinet naar Pierrot Lunaire van Schönberg verwijst. En, hoewel het qua compositorische middelen er van afwijkt, het had er soms de laatromantische, melancholische sfeer mee gemeen. Qua soberheid en haast oosterse ingetogenheid deed het me wel wat aan Curlew River van Benjamin Britten denken. De muzikanten vertolkten het met een ingetogen doeltreffendheid.

Gezien de geladenheid en de omvang van de tekst is wat Johan Leysen presteert, met de schaarse middelen die hem zijn toegelaten, een krachttoer te noemen. Of het ook aantrekkelijk is, weet ik niet. Het houdt ook niet op. Je kan het niet even terzijde leggen, zoals bij een boek, waarvan de zinnen mooi zijn, maar zo doorwrocht dat je er moe van wordt. Bovendien hinderde het wel dat de Nederlandse vertaling – de tekst is in het Frans – naast het toneel werd geprojecteerd en  niet er boven. Af en toe weerklonk er een andere stem in het Duits. Wat zij te vertellen had werd dan vreemd genoeg niet vertaald. Nergens werd duidelijk of dit iets te betekenen had. Duits blijft natuurlijk wel, naast de taal waarin de oorspronkelijke tekst geschreven werd,  de taal van de vijand, in deze context. Wou men daarmee een afstand creëren, een raadsel of helemaal niets, ik weet het niet. Ook dat is weer jammer. Het zijn dat soort elementen die deze op zich wel aangrijpende voorstelling wat doet wankelen op haar eigen fundamenten.

Peter-Paul De Temmerman

Elders op Oorgetuige :
Austerlitz : soundtrack bij een imaginaire film, 10/12/2011

Gentse studenten in actie tijdens Wintersounds

Conservatorium Gent WinterSounds is een uniek festival aan het Gentse Conservatorium. Een week lang vinden de examens klein ensemble en combo plaats op verschillende locaties in Gent. Bovendien zijn de concerten zijn gratis toegankelijk voor het publiek. Een mooie gelegenheid om de studenten van het conservatorium aan het werk te zien. De hele dag door zijn er zowel in het Conservatorium als in het Orpheusinstituut mini-concertjes klein ensemble van ongeveer een half uur. Het programma is zeer gevarieerd: van barok over klassiek tot hedendaags, bijna heel de muziekgeschiedenis passeert de revue.

Tijd en plaats van het gebeuren :

WinterSounds
Van maandag 19 t.e.m. vrijdag 23 december 2011
Op verschillende locaties in Gent

Zaal Miry, Hoogpoort 64
Orpheusinstituut, Korte Meer 12
Gratis, reserveren is niet nodig

Het volledige programma en alle verdere info vind je op cons.hogent.be

Belgische première Wolfgang Rihms requiem in het Concertgebouw Brugge

Wolfgang Rihm Al in het vroege christendom werden speciale diensten opgedragen voor de doden. Ook in de muziekgeschiedenis zijn al in de middeleeuwen sporen van het requiem terug te vinden. Met ‘Et Lux‘ schrijft Wolfgang Rihm (foto) zich dus in een lange traditie in, al is dit werk eerder een bespiegeling op het requiemgenre dan een traditionele dodenmis. Rihm zet niet de volledige tekst op muziek, maar maakt een eigen(zinnige) selectie – een oefening die Brahms, Delius en Britten hem voordeden. In zijn zetting voor vocaal kwartet en strijkkwartet legt Rihm de nadruk op het ‘Eeuwige Licht’, maar niet zonder ook de schaduwen van de dood tastbaar te maken. Het resultaat is een even troostend als verontrustend klankenspel met gedurfde harmonieën, badend in een tedere stemmentextuur. Een kolfje naar de hand van het Huelgas Ensemble, met het Minguet Quartett als perfecte instrumentale evenknie.

Wolfgang Rihm (Karlsruhe, 1952) is een icoon van de hedendaagse klassieke muziekscene. Zijn productiviteit en veelzijdigheid zijn legendarisch, maar ook op inhoudelijk vlak geniet hij een aparte status: in tegenstelling tot zijn generatiegenoten verkoos Rihm van bij het begin een meer directe expressiviteit boven de strikt structuralistische benaderingswijze. Doordat dramatische middelen, retorische gebaren en historische referenties de muziek aansturen, wordt hij als ‘rebel’ tegen het muzikale avant-gardisme beschouwd. Dat label is begrijpelijk, maar te radicaal: Rihm draagt als componist heel wat (muziek)historische bagage met zich mee, maar die is zowel van romantische, als van expressionistische, modernistische, minimalistische en postmoderne signatuur.

In Et Lux (2009), een compositie voor vier stemmen en strijkkwartet, zit een vleugje Stravinsky, Marenzio, Gesualdo en Purcell, al bevat de partituur geen concrete of letterlijke referenties. Ook de tekstkeuze – fragmenten uit de dodenmis – verraadt Rihms interesse voor muzikale tradities: het requiem is een van de oudste genres uit de muziekgeschiedenis. Maar er zijn ook aanknopingspunten met Rihms persoonlijke verleden: hij kent deze teksten van in zijn jeugd, toen het meedreunen van de verzen voor hem een mechanische maar geruststellende bezigheid was.

De titel van het werk onthult eveneens een individuele invalshoek: Rihm kiest niet het gebruikelijke Requiem als motto, maar een vers dat focust op het eeuwige licht. In een interview beschrijft hij zijn fascinatie voor dat ambivalente schijnsel: dit ‘donkere licht’ straalt in de doodsnacht, met een intensiteit die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Het licht zou ook hoop en troost bieden – of verblindt het ons, zodat we de dreiging van die eeuwigheid niet meer opmerken? De omzetting van licht in muziek werd door Rihm als een onmogelijkheid ervaren; in de plaats daarvan creëerde hij een ‘wenssfeer’: de compositie als een gevoelde omgeving, waarin de wens tot resonantie van de straling, de vibratie van het licht in elke noot verweven zit. Het geheel werd gevat in een wonderlijke spanningsboog, uitgestrekt over ongeveer 60 minuten.

Rihm citeert behalve de titel nog meer uit de dodenmis, maar de fragmenten werden versneden en weer verlijmd tot een persoonlijke collage. De tekstsnippers bieden een alternatief voor volkomen onthechting en makkelijke referentie: anamnese, waarbij woorden het geheugen prikkelen en richten. Bij herhaalde woordgroepen gaat de richtingaanwijzer feller knipperen; in het midden van het werk, bijvoorbeeld, waar ‘et lux perpetua luceat’ tot mantra wordt verheven. Hier spreekt Wolfgang Rihm: reflecterend, mediterend, het licht fixerend in muziek. En zo ontvouwt Et Lux zich als een ‘geestelijke’ compositie; een dynamische notenstroom, die weliswaar herinnert aan de vloeiende melodiek van het gregoriaans en de renaissancepolyfonie, maar er tegelijk mee contrasteert door de ruwere structuren en breuklijnen, scherpere contouren, tonale onthechting en harde dissonanties. Energie en licht, maar ook visibele duisternis, melancholie en stille ontroering. Geen vrijblijvend luisteruurtje, maar een zuiverende ervaring van formaat.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Huelgas Ensemble & Minguet Quartett: Wolfgang Rihm, Et Lux (Belgische creatie)
Vrijdag 16 december 2011 om 20.00 u
(Inleiding door Sofie Taes om 19.15 u )
Concertgebouw Brugge
‘t Zand 34
8000 Brugge

Meer info : www.concertgebouw.be, www.huelgas.be en www.minguet.de

Bron : Tekst Sofie Taes voor het Concertgebouw

Extra :
Wolfgang Rihm op www.universaledition.com, www.composers21.com, www.arsmusica.be en youtube
Wolfgang Rihm in conversation with Kirk Noreen and Joshua Cody, sospeso.com
Dossier Wolfgang Rihm op beckmesser.de
Wolfgang Rihm (1951 – ): Wars van minimalisme en neosensibiliteit op www.musicalifeiten.nl

Elders op Oorgetuige :
Muziek is een levensproces : interview met Wolfgang Rihm, 7/12/2007

Filmconcert met Boyan Vodenitcharov in Espace Senghor

Boyan Vodenitcharov Laureaten van de Elisabethwedstrijd blijven na het concours vaak in ons land hangen. Dat ook de fijnbesnaarde pianist Boyan Vodenitcharov (foto) zich hier vestigde, is een zegen voor ons muziekleven. Als derde laureaat in 1983 ontpopte hij zich alvast tot een zeer boeiend figuur. Zijn brede repertoire kreeg nog een extra impuls toen hij zich enkele jaren geleden ging interesseren voor de voorlopers van de moderne vleugelpiano. Van Haydn tot Debussy zocht hij naar historische instrumenten die hij met zijn typische zachtaardige temperament bespeelt. Anderzijds maakt de rasmuzikant uit Bulgarije ook graag excursies buiten het klassieke repertoire en traktert hij vaak op stijlvolle jazzimprovisaties of eigen composities. Gefascineerd door de Sovjet-cinema van de jaren ’30, brengt hij donderdagavond een live-begeleiding op de film “L’home à la camera” (1929) van Dziga Vertov, een meesterwerk van de Russische experimentele cinema van de tijd. Een filmconcert op de grens tussen jazz, klassiek en imrovisatie.

Boyan Vodenitcharov (1960) behaalde nog voor hij in 1979 aan het Conservatorium van Sofia ging studeren de 2de Prijs van de internationale wedstrijd van Senigallia. Vervolgens werd hij 3de laureaat van de Busoniwedstrijd (1981) en de Koningin Elisabethwedstrijd (1983). Eind de jaren tachtig vervolmaakte hij zich bij Leon Fleisher aan het Peabody Conservatory in Baltimore. Sindsdien is Boyan Vodenitcharov zowel in Europa, de Verenigde Staten als in Canada en Japan een gewaardeerd pianist. Hij trad onder meer op in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, het Amsterdamse Concertgebouw, het Palais de la Musique in Straatsburg, de Smetanazaal in Praag en de Suntory Hall in Tokio. Al 20 jaar lang is hij geboeid door oude instrumenten, waarmee hij meerdere cd’s opnam. Naast concert pianist is Boyan Vodenitcharov actief op het vlak van compositie en improvisatie. Enkele van zijn werken werden in Frankrijk, Duitsland, België en Bulgarije uitgevoerd. Momenteel is hij leraar piano, pianoforte en improvisatie aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Filmconcert Boyan Vodenitcharov : L’home à la camera
Donderag 15 december 2011 om 20.30 u
CC Etterbeek – Espace Senghor

Waversesteenweg 366
1040 Etterbeek

Meer info : www.senghor.be

Images Sonores laat je kennismaken met de wervelende hedendaagse muzikale creatie

Images Sonores Nieuwe plek, nieuwe data maar onveranderde identiteit voor het festival Images Sonores 2011! Voor haar 13de editie installeert het festival zich dit jaar op de oevers van de Maas in het Koninklijk Universitair Theater van Luik, van 15 tot 17 december. Tijdens drie avonden worden verschillende klankwerelden verenigd en muzikale visies van genodigde componisten met elkaar in confrontatie gebracht.

Bij de opening, op donderdag 15 december, ‘Portraits en regard’, treedt de muziek van twee uitzonderlijk vernieuwende creatievelingen in dialoog, beiden Brusselaars die lesgeven in het Conservatorium van Luik : Gilles Gobert en Jean-Marie Rens. Enerzijds valt er violiste Izumi Okubo, pianiste Nao Momitani en percussioniste Jessica Ryckewaert te ontdekken, en anderzijds is er fluitiste Pascale Simon, pianist Philippe Raskin en gitarist Hughes Kolp. De monografische CD van Jean-Marie Rens verschenen bij Cypres geeft gelegenheid tot een signeerontmoeting met de componist na afloop van het concert.

Op vrijdag 16 december nodigt ‘Piano +‘ Mark Knoop uit met zijn buitengewone repertoire: piano en sampler met het eerste volume van de ‘Popular Contexts’ van Matthew Shlomowitz; piano en electro met de creatie van een nieuw werk van de eclectische Newton Armstrong. Tenslotte, piano en opgenomen stemmen, met de cyclus ‘Voices and piano’ van Peter Ablinger, en zijn nieuwe stuk rond van stem van Jacques Brel, speciaal gerealiseerd ter gelegenheid van het festival.

Als afsluiter van deze Images Sonores zijn er op zaterdag 17 december de studenten van de compositieklassen en gemengde compositie van het Conservatorium van Luik – Catherine Seba, Gaëlle Hyernaux, Sarah Wéry, Alithéa Ripoll en Patrick Loiseleur – die tijdens een Carte blanche de werken zullen uitvoeren die het dynamisme van hun Departement van de zware Koperblazers heeft geïnspireerd en de dialoog met het Centre Henri Pousseur heeft aangewakkerd. Deze jonge klanken worden omgeven door twee werken van ‘rijpe’ persoonlijkheden, ‘Mambo Vinko’ voor trombone en electro van de Mexicaan Javier Alvarez en ‘Izo-Alpi-S’ voor viool, trombone en live electro van de Rus Igor Kefalidis, 77ste opus van de componist gebracht door Izumi Okubo en Alain Pire in het Centre Henri Pousseur tijdens laatste zomer.

Tijd en plaats van het gebeuren :

Festival Images Sonores
Van donderdag 15 tot en met zaterdag 17 december 2011
Koninklijk Universitair Theater van Luik

Het volledige programma en alle verdere info vind je op www.memm.be

Naar aanleiding van dit festival biedt Oorgetuige je een exclusieve audiotracks aan van Gilles Gobert : Piece pour violon et electronique

Bekijk ook Peter Ablingers “Voices and Piano”, uitgevoerd door Mark Knoop op het SPOR festival 2010

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=OS3vLn0BegE&w=500&h=305]

Eerste Ontmoeting Elektronische Muziek in Ekeren

Dirk Veulemans Woensdag vindt de eerste Ontmoeting Elektronische Muziek plaats in de Ekerse Theaterzaal in Ekeren. De organisatie ervan is in handen van componist Dirk Veulemans (foto). Iedereen die zelf elektronische muziek maakt, is welkom. Wie niet zelf elektronische muziek componeert maar toch van deze muziek houdt of deze muziek graag wil ontdekken, is eveneens van harte welkom.

Het wordt een informele ontmoeting. Een kwalitatief uitstekende 8-kanaals geluidsinstallatie (surround) zal opgesteld worden. Afgewerkte composities, maar ook studies, merkwaardige opnames, enz. kunnen er die avond onder de beste omstandigheden gepresenteerd en samen beluisterd worden.
Tevens zal Dirk Veulemans er de concertversie van zijn compositie “de Zandman” presenteren.

Componist ? Breng je eigen werk of studie mee om te presenteren of gewoon om eens buiten jouw studio op een goede installatie te beluisteren. Over het werk kan een woordje uitleg gegeven worden en er kan door de aanwezigen op gereageerd worden.

Oostendenaar Dirk Veulemans volgde van 1987-88 het jaarseminarie Elektronische Muziekcompositie aan het conservatorium van Antwerpen bij Joris de Laet. Zijn opleiding als aggregaat in wiskunde, chemie en fysika vormde daarbij een uitstekende basis. Hij legt zich sedertdien toe op het maken van multikanaals tapecomposities en realiseerde opdrachten voor diverse culturele organisaties. Zijn brede muzikale interesse gaat van etnische tot de meest aktuele muziek en zijn eigen werk bestaat overwegend uit composities waarbij gestreefd wordt naar een rijkdom van een divers en eigen klankenpalet. De computer en het maken van algoritmes zijn daarbij steeds een belangrijk instrument geweest. Ook de beweeglijkheid van de klank staat voor hem tijdens het compositieproces en tijdens de opvoering centraal. Tal van zijn composities en installaties zijn te horen (en te zien) geweest op festivals in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Canada en Bulgarije. Voorts is hij aktief lid! van de componistenvereniging BEFEM (Belgische Federatie Elektroakoestische Muziek).

Dirk Veulemans werkt geregeld samen met ensembles voor hedendaagse muziek waar hij voor de elektronische component zorgt: Spectra Ensemble, IPEM / Stichting Lucien Goethals en festivals voor experimentele poëzie (KRIKRI vzw). Hij was stichtend lid van het Kunstarbeiders Gezelschap (KaG) waar hij jaarlijks een cyclus elektroakoestische muziek in de Ekerse Theaterzaal voor organiseerde. In juni 2004 verscheen zijn cd ‘The Weasel is Living on the Lofts Now’ en het jaar daarop publiceerde Krikri CD 2005 diens ‘Spreken In Tongen’.

Voorlopig programma :

  • Dirk Veulemans – 8ch. surround – Experimenten surround
  • Dirk Veulemans – 8ch. surround – Merkwaardige 8-kanaals opname van een akoestisch concert
  • Dirk Veulemans – 8ch. surround Sprookje “De Zandman”

Tijd en plaats van het gebeuren :

OEM #01
Woensdag 14 december 2011 om 20. u
Ekerse Theaterzaal

Oorderseweg 8
2920 Ekeren

Meer info : mlog.dirkveulemans.be

Extra :
Dirk Veulemans : dirkveulemans.be en www.matrix-new-music.be

Elders op Oorgetuige :
De Zandman: een sprookje over angst, blindheid en waanzin, 30/07/2007
Op het juiste spoor : gesprek met Dirk Veulemans, 23/04/2007

Austerlitz : soundtrack bij een imaginaire film

Jérôme Combier Dag op dag tien jaar na het overlijden van de grote Duitse schrijver W.G. Sebald brengen Ictus en de Franse componist Jérôme Combier (foto) een hommage. Sebald stierf in 2001 in een verkeersongeluk. In zijn roman ‘Austerlitz‘ gaat de Engelse kunst- en architectuurhistoricus Jacques Austerlitz op zoek naar zijn roots. Dat brengt hem in Antwerpen, Brussel, Parijs, Praag… Hij ontdekt dat zijn echte vader het naziregime ontvluchtte en dat zijn moeder gedeporteerd werd naar Treblinka. Zijn omzwervingen door het oude Europa en zijn gesprekken met de verteller leveren fascinerende beschouwingen op.

“Het voornaamste onderwerp van dit project”, aldus Jérôme Combier, “is het geheugen. Het gaat over rondreizen, tussen herinneren en vergeten, maar ook langs vele talen en landen in Europa. Het is ook een reflectie over het toeval.” Combier schreef een ‘soundtrack bij een imaginaire film’ en zorgt samen met de Franse videast en scenograaf Pierre Nouvel voor de enscenering. Nouvel creëert onwaarschijnlijke ruimtes door bijvoorbeeld films te projecteren op het lichaam van acteurs of door transparante projectieschermen te gebruiken. In een dergelijke installatie brengt Johan Leysen teksten uit Sebalds roman.

Jérôme Combier over het project :

“Aan de ene kant is er de enscenering – met filmische kwaliteiten – op de soundtrack van een imaginaire film. Aan de andere kant is er het onderzoek naar het boek, naar het personage en zijn auteur: Jacques Austerlitz et W.G. Sebald. Op het podium: een acteur en zes muzikanten plus een dirigent, een podiumontwerp en een video-installatie, geluid in stereo (4 luidsprekers). De volledige compagnie bestaat uit: het ensemble Ictus, decorontwerper-videast Pierre Nouvel, lichtontwerper Bertrand Couderc, componist Jérôme Combier en de acteur Johan Leysen.

Het project is in de eerste plaats een reis, een tocht langs verschillende Europese landen die zich ontvouwt als een onderzoek, een verzameling van beelden en geluiden. Pierre Nouvel en ikzelf zullen dezelfde plaatsen bezoeken als in het boek beschreven, zo chronologisch mogelijk (van België naar Duitsland, via Wales, Londen en Praag), een alternatieve manier om tot de essentie van het boek te komen en zich met het enigma van het boek te confronteren.

Wie is Jacques Austerlitz? Heeft hij echt bestaan? En waar komen al de foto’s vandaan? Ze zijn over het boek verspreid alsof ze de woorden van het personage moeten staven, of misschien vooral om die vreemde band met datzelfde personage te smeden.

Het verhaal van Austerlitz
De eerste ontmoetingen tussen Sebald en Austerlitz vinden plaats in het jaar 1967. Ze zien elkaar verschillende keren op diverse plaatsen in België: de hal van het Antwerpse Centraal station, enkele dagen later in een kroeg in het industriegebied van Luik, hetzelfde jaar nog in Brussel op de trappen van het Justitiepaleis. Sebalds boek ontwikkelt zich op het ritme (en de plaats) van die schijnbaar toevallige ontmoetingen: Brussel, Zeebrugge en vooral Londen, waar Austerlitz woont. In de loop van de gesprekken, die bol staan van de vol uitweidingen, vormt zich geleidelijk een portret van Austerlitz.

Jacques Austerlitz is historicus en doceert aan een Londens instituut voor kunstgeschiedenis dat gespecialiseerd is in architecturale geschiedenis, met name van treinstations. Hij heeft de gewoonte om de plaatsen die hij bestudeert te fotograferen met een oude opvouwbare Ensign-camera, wat de vele foto’s in het boek verklaart.

Na 1975 verliezen de twee mannen elkaar uit het oog. De volgende ontmoeting vindt pas in 1996 plaats, opnieuw toevallig, in het Londense Great Eastern Hotel in Liverpool Street. Daarna zal de verteller Austerlitz regelmatig opzoeken in diens huis in Alderney Street in de East End. Vanaf dat moment begint Austerlitz meer gedetailleerd over zijn leven te vertellen. De twee verhaallijnen – Sebald die de ontmoeting beschrijft en Austerlitz die gebeurtenissen uit zijn leven ophaalt – lopen dan ook meer en meer door elkaar.

Gebeurtenissen uit het leven van Austerlitz
Hij brengt zijn kindertijd door in Bala, Wales, als adoptiezoon van een protestantse dominee. Na de dood van zijn adoptieouders ontdekt hij als student in Oxford zijn echte naam, die niet Dafydd Elias is maar Jacques Austerlitz. Hij brengt enkele vakantiedagen door in Barnmouth, aan de kust van Wales. Daarna gaat hij op zoek naar zijn afkomst, een speurtocht die hem naar Praag leidt, waar hij te weten komt dat hij voor 1939 geboren werd. Hij probeert het raadsel te ontrafelen van zijn vader, die het naziregime in Frankrijk ontvluchtte, en van zijn moeder, die naar Treblinka gedeporteerd werd. Hij vindt Agatà terug, de oude buurvrouw uit de Sporkovastraat. Hij legt opnieuw de reis af die hij als kind ondernam toen zijn moeder besloot om haar zoon mee te sturen met een kindertransport van Praag naar Londen. Op die manier zou hij ontsnappen aan de nakende inval van nazi-Duitsland in Tsjechoslowakije.

Het vreemde aan dit verhaal is het visuele bewijsmateriaal dat Sebald ons geeft, foto’s van plaatsen maar ook van mensen: Austerlitz zelf als kind, zijn moeder, zijn vriend Gerald Fitzpatrick…

Heeft Austerlitz echt bestaan? En indien niet, wie zijn dan die mensen? Hoe zijn ze allemaal bij Sebald terecht gekomen? Wie heeft de foto’s genomen waarvan we moeten geloven dat ze deel uitmaken van de “persoonlijke archieven van de auteur?”

De thematiek
Het voornaamste onderwerp van dit project is het geheugen en de manier waarop het hand in hand gaat met het vergeten. Het gaat over rondreizen, tussen herinneren en vergeten maar ook langs vele talen (de twee mannen, de verteller en Austerlitz, praten met elkaar in het Frans en vervolgens in het Engels, terwijl het boek geschreven is in het Duits) en landen in Europa. Het is ook een reflectie over het toeval (de drijvende kracht achter de verschillende ontmoetingen tussen Sebald en Austerlitz), over lege ruimtes (in de steden waar Austerlitz verloren loopt), over de manier waarop levens en gebeurtenissen vervagen, over de passiviteit tegenover alles wat onontkoombaar is (de dood, oorlog, vergetelheid).

Tegenonderzoek
Ik beeld me een derde stem in, de mijne, die het eerste perspectief regelmatig in een ander perspectief plaatst. Ik wil een dagboek bijhouden dat mijn onderzoek op de voet volgt, dat mijn ontmoetingen en mijn reis in de voetsporen van Sebald/Austerlitz beschrijft. Dit dagboek zal in de eerste persoon geschreven worden en in het Frans. Het zal regelmatig verschijnen, de gesprekken tussen Sebald en Austerlitz kruisen en mijn eigen vragen en onderzoek in kaart brengen.

De stemmen
De acteur zal verschillende stemmen spelen. Voorlopig blijft alles nog onbepaald, want aan de ene kant is er Duits, de originele taal van het boek, en aan de andere kant de talen waarin de twee personages, Jacques Austerlitz en de verteller, hun gesprekken voeren. Eerst communiceren ze in het Frans, na 1996 in het Engels. Mijn dagboek zal tot slot in het Frans geschreven worden.”

Tijd en plaats van het gebeuren :

Ictus, Jérôme Combier & Johan Leysen : Austerlitz
Woensdag 14 december 2011 om 20.30 u
Kaaitheater Brussel
Sainctelettesquare 20
1000 Brussel

Meer info : www.kaaitheater.be en www.ictus.be

Extra :
lookingforsebald.blogspot.com : blog van de creatie van Austerlitz
Jérôme Combier op brahms.ircam.fr, www.henry-lemoine.com, www.ictus.be en youtube

Bekijk alvast dit fragment uit Austerlitz

[vimeo http://www.vimeo.com/31135724 w=400&h=225]