Elektronisch gitaarkwartet Zwerm sluit Ars Musica Luik af

Zwerm Het elektronische gitaarkwartet Zwerm werd in 2007 opgericht door Johannes Westendorp, Bruno Nelissen, Matthias Koole en Toon Carlier. Zij delen eenzelfde belangstelling voor nieuwe muziek: gecomponeerd, geïmproviseerd, experimenteel, performatief. Het ensemble verkent de gemeenschappelijke elementen tussen deze vier vormen van musiceren, want deze zijn niet zonder meer evident. De elektrische gitaar is het typerende instrument voor de lage cultuur, de underground-muziek. Sinds kort doet ook de kunstmuziek meer en meer beroep op het instrument, hoewel de grens tussen beide muziekculturen duidelijk aanwezig blijft. Zwerm wil de brug tussen beide slaan en navigeert tussen verschillende stijlen. Sinds 2008 wordt Zwerm ondersteund door Champ d’Action.

Tristan Murail, Tellur (1977)
Tristan Murail : ” Ik wilde al lang een werk schrijven dat de technieken van de fl amencogitaar gebruikt, maar pas door mijn ontmoeting met gitarist Rafaël Andia werd dit ook werkelijkheid. Tellur lijkt op een weddenschap: hoe kan je met een een tokkelinstrument dat overwegend korte klanken produceert de klankcontinua produceren die ik voor mijn composities nodig heb en dus processen, transities en evoluties hoorbaar kunnen maken? Het antwoord vond ik in de techniek van de rasgueado en, meer algemeen, in de speelstijl en de klaktypes van de fl amenco. De aanslag is bijzonder fi jn en verzorgd, zodat door de precieze en controleerbare aanslag van de nagels op de snaren los te koppelen van de resonantie van het instrument twee texturen in verschillende richtingen kunnen evolueren – op dezelfde snaar en tegelijkertijd. Andere technieken die ik gebruik zijn de geleidelijke overgang van klank naar ruis (geleidelijke demping van de snaren), het geleidelijk aan laten meeklinken van de boventonen, nieuwe vingerzettingen voor boventonen, meervoudige trillers door linker- en rechterhand, enzovoort. Tellur is een typerend voorbeeld van een werk waarbij het klankmateriaal door het instrument wordt geleverd, terwijl het instrument zich vaak heeft moeten plooien naar bestaande stijlimperatieven. Het is een zoektocht naar een zo groot mogelijke interactie tussen dit basismateriaal en de muzikale schriftuur. Het instrument is op een bijzondere manier gestemd, wat rasgueado-akkoorden en formules met de zes snaren tegelijkertijd mogelijk maakt zonder in typische clichés te vervallen.”

Fausto Romitelli, Trash TV Trance (2002)
“Sinds mijn geboorte baad ik in digitale beelden, synthetische geluiden en artefacten. Het artifi ciële, het verbogene, het gefi lterde, dit alles maakt de Natuur van de mens vandaag uit”, schrijft Fausto Romitelli (1963-2004). Op zijn 28ste vestigt hij zich in Parijs om er muziekinformatica aan het IRCAM te studeren, en spectrale technieken bij Gérard Grisey en Tristan Murail: de uitwerking van klankcomplexen waar harmonie en timbre in elkaar overvloeien, akoestische simulaties van elektronische klanken, surreële modelleringen van akoestische fenomenen door de schriftuur, onder de vorm van vervormingen, compressies, verwijdingen van de klankmaterie. Romitelli ziet snel de mogelijke verbanden van deze klankwerkplaats met de alternatieve en psychedelische rock. Een muziek waarvan de energie, de onzuiverheid en het ongeduldige en anarchistische gebruik van de elektronische middelen meer dan één componist bezweren: volop in en tegen de tijd bezit zijn muziek een gewelddadig gehalte dat schijnbaar niet te verzoenen is met het kunstige componeren van muziek. Wat maken we daarvan? Door te citeren of te parodiëren blijf je op de vlakte. Je zou haar kunnen proberen negeren, door te doen alsof ze helemaal thuishoort in de marktstrategieën, maar toch weten dat je fout zit. Gewapend met de spectrale noties “onharmonische klanken”, “frequentiefi lters” en “spectrumvervormingen” begint Romitelli zijn onderhandelingen. Voor hem telt enkel om zich in koelen bloede in het delirium te storten zonder zijn métier te verloochenen. Zonder terug te vallen op improvisatie of vereenvoudiging ontwikkelt hij in zijn werken heel precies een instrumentale stijl die alle mogelijkheden van de onzuivere klank incorporeert, de grillige frasen van de gitaarhelden en alle harmonische mutaties van helderheid tot absolute vervorming.

Trash TV Trance werd in 2002 gecomponeerd na verschillende experimenten met opname, het gebruik van lussen en het vervormen van de klank van de elektrische gitaar. Het dwangmatige, repetitieve en de voortdurend toenemende dichtheid zijn voor de hand liggende karakteristieken. Alles leidt tot accumulatie, of de bron van dit proces nu ruis of zuivere melodie is. De ‘no-input-mixing-board’-generatie wordt teruggeworpen op de psychedelische klanken van Pink Floyd en de rauwe blues van Screaming Jay Hawkins. De duidelijke tonale basis is aangetast, overbelast, en tot slot volledig verzadigd.

Steve Reich, Electric counterpoint (1987)
Steve Reich : “Electric Counterpoint werd gecomponeerd in opdracht van het Next Wave Festival van Brooklyn Academy voor gitarist Pat Metheny. Het werd gecomponeerd tijdens de zomer van 1987 en duurt ongeveer 15 minuten. Na Vermont Counterpoint (1982) voor fl uitist Ransom Wilson en New York Counterpoint (1985) voor klarinettist Richard Stolzman is dit het derde werk bestemd voor een solist die speelt samen met een tape waarop hij/zijzelf vooraf is opgenomen. In Electric Counterpoint neemt de solist vooraf 10 gitaar- en 2 elektrische baspartijen op en speelt de elfde gitaarpartij tenslotte live samen met de tape. Ik dank Pat Metheny voor zijn suggesties voor een idiomatische gitaarschriftuur, waardoor het stuk merkbaar beter werd.

Electric Counterpoint bestaat uit drie bewegingen: snel, langzaam, snel, na elkaar gespeeld zonder pauze. Het eerste deel wordt ingeleid door een pulserende sectie waarin de harmonieën van het deel worden gespeeld. Het gebruikt een thema uit Centraal- Afrikaanse hoornmuziek die ik leerde kennen door etnomusicoloog Simha Arom en wordt opgebouwd in achtstemmige canon. Terwijl de twee overige gitaren en bas pulserende harmonieën spelen, speelt de solist melodische patronen die voortkomen uit de contrapuntische combinatie van de acht opgenomen gitaarpartijen. Deel twee halveert het tempo, schakelt naar een andere toonaard en een nieuw muzikaal thema dat langzaam in canon wordt opgebouwd door negen gitaren. Opnieuw zorgen twee gitaren en de bas voor de begeleiding terwijl de solist melodische patronen speelt die uit het contrapuntische web naar boven komen.

Het derde deel keert naar het oorspronkelijke tempo en de originele toonaard terug en gebruikt een nieuw patroon in drieledige maat. Na de opbouw van een canon in vier gitaren zetten de twee bassen plots in om de drieledige maat te beklemtonen. Vervolgens speelt de solist een reeks akkoorden waaruit een opbouw volgt in een canon voor drie gitaren. Wanneer dit volbracht is keert de solist terug naar melodische patronen uit het contrapunt van het geheel. Plotseling beginnen de bassen toonaard en maatsoort af te wisselen tussen mi en do klein en tussen 3/2 en 12/8 zodat eerst drie groepjes van vier achtsten en vervolgens vier groepjes van drie achtsten te horen zijn. Het tempo van deze wisselingen stijgt sneller en sneller tot de bassen aan het eind langzaam wegsterven en de tegenstellingen uiteindelijk oplossen in 12/8 en mi klein.”

Claude Ledoux, Zap’s Init (2008)
Claude Ledoux : “Dit werk werd specifi ek voor, en met de goede raad van Hughes Kolp geschreven, als eerbetoon aan onze gedeelde interesses voor muziek van Frank Zappa, zijn gistarist Steve Vai en andere poppersoonlijkheden. Zonder het uitdrukkelijke verlangen om ‘rockmuz
iek’ te schrijven, maar eerder met de wil om zich door bepaalde klankstructuren uit de rockwereld en ze te integreren in een wervelende vorm gebaseerd op van oorsprong wetenschappelijke functies. Zap’s Init bevindt zich dus halfweg tussen popen spectrale muziek (met een klankmateriaal uit akoestische klankanalyses en andere vervormingen van elektrische gitaren); een soort bedwelmende spectrale rock (met een knipoog naar Vampyr van Tristan Murail), genoemd naar een startprogramma (INIT) die het formele proces van het werk bepaalt. Zap’s Init werd gecreëerd door Hughes Kolp tijdens Ars Musica in het Brusselse Marnitheater op 15 april 2008.”

Programma :

  • Tristan Murail, Tellur (1977)
  • Fausto Romitelli, Trash TV Trance (2002)
  • Steve Reich, Electric counterpoint (1987)
  • Claude Ledoux, Zap’s Init (2008)

Tijd en plaats van het gebeuren :

Zwerm : Murail, Romitelli, Reich, Ledoux
Zondag 4 maart 2012 om 17.00 u
Monos Gallery – Luik

Rue Henri Blès 39
4000 Luik

Meer info : www.arsmusica.be en www.zwerm.be

Extra :
Tristan Murail : www.tristanmurail.com, brahms.ircam.fr, www.compositiontoday.com en youtube
Fausto Romitelli : www.ricordi.it, brahms.ircam.fr en youtube
Steve Reich op www.stevereich.com, en.wikipedia.org, www.boosey.com en youtube
Steve Reich (1936 – ) : Groot minimalist op www.musicalifeiten.nl
Claude Ledoux : users.skynet.be/ledouxcl, www.compositeurs.be, brahms.ircam.fr en youtube

Elders op Oorgetuige :
Ars Musica opent met een flamboyant Orchestre Philharmonique Royal de Liège in Luik, 29/02/2012
Ars Musica 2012 : viering van het anderszijn en de ontdekking, 24/02/2012
Timestretch : Zwerm focust op tijdservaring door middel van klank, 10/10/2011