Espace Senghor plaatst jonge Vlaamse componist Daan Janssens in de kijker

Daan Janssens In het kader van de concertreeks ‘Focus sur nos compositeurs‘ plaatst het Etterbeekse cultuurcentrum Espace Senghor op zondag 11 maart de jonge Vlaamse componist Daan Janssens (foto) in de kijker. Het Ensemble ON o.l.v. Gilles Gobert brengt (Paysages – études) V, (…nuit cassée.), (étude scénographiqe) en (Paysages – études) IV.

Daan Janssens werd in 1983 geboren in Brugge, waar hij viool, piano en muziektheorie volgde aan de plaatselijke muziekacademie. Later studeerde hij compositie en directie aan het Koninklijk Conservatorium van Gent bij Frank Nuyts, Filip Rathé en Godfried-Willem Raes. Hij woonde verschillende internationale masterclasses voor compositie bij, onder meer in Darmstadt en Acanthes, en volgde hij ook een aantal directieseminaries bij het Ensemble Modern.
Als componist viel Janssens reeds meermaals in de prijzen, en zijn muziek werd uitgevoerd op festivals als TRANSIT, Ars Musica, Acanthes, ISCM World Music Days en November Music.
Daan Janssens leidt het jonge ensemble Nadar. Met dit nieuwe muziekensemble was hij reeds te gast in De Nieuwe Reeks, De Bijloke en het Harvest Festival in Denemarken. Sinds 2007 is Daan Janssens als doctoraatsassistent verbonden aan de Universiteit van Gent.

(…nuit cassée.)‘ is het vierde deel van de Passages-cyclus van Daan Janssens. In deze cyclus, waarvan elk deel voor verschillende bezetting geschreven is, onderzoekt hij de mogelijkheden om bestaand muzikaal materiaal steeds opnieuw uit te werken en vanuit een ander standpunt te bekijken.

Daan Janssens over de Passages-cyclus : “De wortels van de cyclus vinden we in een kort werk voor altviool solo uit 2005.  Het werk zelf vond ik niet zo interessant, maar het muzikaal materiaal bood wel mogelijkheden.  Zo werkte ik in het vierde deel van het strijkkwartet  …Passages… (2005) de altviool solo uit, en confronteerde ik deze met nieuwe elementen. Ik schilderde het origineel als het ware over. In Tableau – Double – (Passages II) (2005/2006) voor cello solo, ging ik verder in op die ideeën, en confronteerde ik deze met alweer nieuwe elementen (bijvoorbeeld de lange trillers in de tweede helft van het stuk), bij wijze van spreken een soort ‘tweede overschildering’ dus…
Ook in (…nuit cassée.) (2006/2007), voor altviool solo en vier instrumenten, diep ik ideeën uit voorgaande delen verder uit, maar speelt vooral het coda-gevoel een belangrijke rol. Het werk valt uiteen in 4 korte delen.  Het eerste deel start met een solo voor de altviool (wiens solistische partij uiteraard een verwijzing is naar het werk voor solo altviool waarop de hele cyclus gebaseerd is…), waarna het ensemble deze solo als het ware becommentarieert…  In het tweede deel versmelten solo en ensemble.  Deel drie verwijst expliciet naar het derde deel van het strijkkwartet, maar tegelijk vormen de piano en de klarinet daar een zeer subtiel contrapunt tegen, zonder daarom als tegenstem op te vallen.  In deel vier, tenslotte, hernemen we elementen uit de hele compositie, en eigenlijk ook uit de hele cyclus.  De aanvangssolo en de daarop volgende commentaar (uit deel één) vallen samen.  Voor het eerst komt er in de cyclus een moment waarbij de verschillende brokjes een geheel lijken te vormen.  Dat moment is echter kort, want even later zijn solist en ensemble alweer uit elkaar gegroeid…
Nergens in het werk treedt de solist naar voren als virtuoos.  Alleen al het feit dat hij na zijn ‘solo’ in het begin, het hele werk ‘con sordina’ speelt, spreekt voor zich (er zijn trouwens ook verbanden tussen (…nuit cassée.) en …Hommage… – (en sourdine) (2006) voor strijktrio, los van het gebruik van sourdines).
In alle werken van de cyclus hanteer ik een soort reciterend-muzikale taal.  De klanken en speelwijzen zijn meestal onduidelijk en vaag; de duidelijkheid van de unisono’mi’ uit het eerste deel van het strijkkwartet is slechts éénmalig.  De pauzes worden in de loop van het strijkkwartet steeds langer, de onduidelijkheid steeds groter, en dit proces heb ik ook geprobeerd uit te werken in de hele cyclus.  Het is nergens mijn bedoeling een finaal discours te schrijven.  Ik werk constant met ‘mogelijkheden’, en hoop ook dit te kunnen communiceren.  De verbanden tussen vorm en inhoud ontstaan dan ook langzaam tijdens het compositieproces.  Ik weet nooit op voorhand waar het stuk zal uitkomen (wat deels ook mijn trage componeertempo verklaart…), maar ‘retoucheer’ als het ware de compositie. Tot de ‘mogelijkheid’ zijn plaats gevonden heeft in het geheel.” (*) Tijd en plaats van het gebeuren :

Focus sur nos compositeurs: Daan Janssens
Zondag 11 maart 2012 om 11.30 u
CC Etterbeek – Espace Senghor

Waversesteenweg 366
1040 Etterbeek

Meer info : www.senghor.be

(*) tekst Daan Janssens voor Spectra Ensemble, 2007

Extra :
Daan Janssens : www.daanjanssens.be en youtube