Pierre-Laurent Aimard, Tamara Stefanovich & Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen brengen Mozart, Ligeti en Beethoven in Bozar

György Ligeti Pierre-Laurent Aimard aan de piano en aan het hoofd van Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen. Het werk van Ligeti is het meest complexe dat hij ooit schreef, omdat hij voortdurend probeert radicale tonaliteit en atonaliteit te vermijden. Het Tweede concerto van Beethoven daarentegen bevat een grote helderheid en is nog beïnvloed door Mozart, wiens Concerto voor twee piano’s we horen. Voor dit stuk verleent ook de pianiste Tamara Stefanovich haar medewerking.

György Ligeti – Concerto voor piano en orkest (1985-88)
Ligeti componeerde zijn ‘Concerto voor piano en orkest’ in twee etappes: de eerste drie delen ontstonden in 1985-86. De première ervan vond plaats in Graz (Oostenrijk) op 23 oktober 1986. De dirigent was de Amerikaan Mario de Bonaventura, de pianist zijn broer Anthony. Ligeti was maar half tevreden, wel over de uitvoering, minder over zijn eigen werk omdat hij aanvoelde dat het derde deel niet echt het einde was van zijn opus en om een vervolg vroeg. Daarom voegde hij er in 1987-88 nog een vierde en vijfde luik aan toe. Dat zijn beslissing de juiste was blijkt duidelijk: inderdaad is het vierde deel het belangrijkste geworden en trekt het als een magneet de rest van de compositie naar zich toe. Er zijn een heleboel uiteenlopende referenties te ontdekken zoals hierna zal blijken en dat is onder meer te merken aan de bezetting van het orkest. Zo horen we – buiten de gekende en gangbare instrumenten en percussie – tamboerijn, ocarina, triangel, tempelblokken, guero (slaginstrument van Afro-Cubaanse oorsprong), flexaton, zweep, bootsmansfluit, misthoorn enzovoort, dat hele arsenaal waarmee hij zijn eigen, onvergelijkbaar klankuniversum opbouwt. Het eerste deel ‘Vivace molto ritmico e preciso’ heeft Ligeti helemaal bimetrisch genoteerd: gelijktijdig in 12/8- en 4/4- maat. Een merkwaardig evenwicht schept het, tussen continuïteit en discontinuïteit. Ligeti wil hier afstand nemen, hij wil niet gecatalogeerd worden. Zijn werk beantwoordt niet, vindt hij “aan de criteria van de avant-garde, noch aan de criteria van de ‘neostijlen’ noch aan die van het minimalisme.”

De solist krijgt hier opeengestapelde, vlugge figuurtjes voorgeschoteld met sterk asymmetrische accenten. Ligeti inspireerde zich gedeeltelijk op de ‘Studies for Player Piano’ van Conlon Nancarrow (1912-1997), een Amerikaans-Mexicaans componist, geobsedeerd door het ritme, de opdeling ervan en zijn onuitputtelijke mogelijkheden. Nancarrow vindt dat “de tijd de uiterste grens is van de muziek.” Voor hem was alleen dát instrument (een mechanische piano) in staat met de grootste nauwkeurigheid de ritmes en de meest complexe veranderingen van tempi weer te geven.

Dan volgt ‘Lento e deserto’, het enige langzame deel. De titel spreekt meer dan voor zichzelf. Een evocatie van het ongekende en het onvermoede. Een wereld die achter de realiteit ligt. Ritmisch veel eenvoudiger, maar Ligeti gebruikt hier wel zeer vreemde kleuren en gaat tot uitersten in de verschillende registers zoals een héél hoge piccolo of een héél lage fagot.

Het ‘Vivace cantabile’ is enorm complex en heeft een polyritmiek die haar oorsprong vindt in Afrikaanse culturen: Ligeti ontdekte inderdaad grammofoonopnamen en studies van twee etnomusicologen die in Centraal- en Oost-Afrika opzoekingen deden met merkwaardige resultaten. Ligeti creëert sonore combinaties, stapelt verschillende ostinati op elkaar en verlegt accenten. “Het is”, zegt hij, “zoals twee verschillende grote raderwerken die in elkaar grijpen. Er ontstaan altijd nieuwe klankcombinaties. We horen een melodie die niet als melodie gespeeld wordt.”

‘Allegro risoluto, molto ritmico’ is de titel van het vierde deel. Computerbeelden van spiraalvormige kronkels die twee wetenschappers uit Bremen in hun boek ‘The Beauty of Fractals’ commentarieerden, zijn hier de voedingsbodem. De muziek groeit uit kleine gelijkaardige fragmentjes, die ontspruiten uit een kort motiefje dat telkens heel onregelmatig voorgesteld wordt. Alles vloeit in elkaar als wolken die aaneensluiten, als een zwerm vogels die afzonderlijk niet te onderscheiden zijn. De stuwende pulsatie geeft de indruk dat alles meegesleurd wordt in een draaikolk, alhoewel het tempo de hele tijd hetzelfde blijft.

De finale, ‘Presto luminoso: fluido, costante, sempre molto ritmico’ is – zoals nogmaals de titel doet vermoeden – lichtvoetig en helgekleurd; ze bestaat uit een heleboel onafhankelijke figuren die elkaar overlappen. Harmonische mixturen en – alweer – polyritmiek zijn omnipresent en sluiten het concerto af. Muziek die “de indruk geeft dat de tijd niet de tijd is, maar een ruimte” dixit Ligeti.

Programma :

  • Wolfgang Amadeus Mozart, Concerto voor 2 piano’s en orkest, KV 365
  • György Ligeti, Concerto voor piano en orkest
  • Ludwig van Beethoven, Concerto voor piano en orkest nr. 2, op. 19

Tijd en plaats van het gebeuren :

Pierre-Laurent Aimard, Tamara Stefanovich & Die Deutsche Kammerphilharmonie Bremen : Mozart, Ligeti, Beethoven
Woensdag 17 oktober 2012 om 20.00 u
Bozar – Henry Le Boeufzaal – Brussel

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel

Meer info : www.bozar.be, www.kammerphilharmonie.com en www.pierrelaurentaimard.com

Bron : tekst Gert Haelterman voor deSingel, maart 2004

Extra :
György Ligeti : www.schott-musik.de, www.arsmusica.be en youtube
Györgi Ligeti (1923 – 2006): emotioneel scepticus, Jan de Kruijff op www.musicalifeiten.nl, juni 2006